Posts tonen met het label duurzaam. Alle posts tonen
Posts tonen met het label duurzaam. Alle posts tonen

woensdag 14 december 2011

Ook bankieren kan duurzaam

De ideële banken Triodos en ASN hebben er tienduizenden nieuwe klanten bij. Die willen precies weten waarin ze investeren, en niet alleen om de mensenrechten en het milieu.

Alle ’oudgedienden’ in de wereld van het duurzaam bankieren en beleggen herinneren zich de sfeer van pakweg tien jaar geleden. In bescheiden zaaltjes werd toen wat afgecongresseerd over de noodzaak om omwille van de mensenrechten en het milieu bewust en verantwoord om te gaan met spaar- en beleggingsgeld.

Triodos Bank en de ASN Bank waren er altijd, net als de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO), die de duurzame tegenhanger van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) werd.

ASN Bank – deel van het financiële concern SNS Reaal – belegt in beursgenoteerde ondernemingen en legt deze constant langs de meetlat: waar komen hun grondstoffen vandaan, leveren ze aan de wapenindustrie, maken ze gebruik van kinderarbeid, betalen ze ’eerlijke’ lonen en respecteren ze de mensenrechten en het milieu? De bank licht de bedrijven zelf door op hun duurzame karakter en dat raakt een gevoelige snaar, zegt Jeroen Jansen, directeur van ASN.

„Op een zeker moment leek het wel een wedstrijd wie het mooiste duurzaamheidsverslag had, met mooie kleuren en toeters en bellen. En bedrijven boekten flinke verbeteringen, ook al was dat uit verlicht eigenbelang. Zoals zuinig zijn met grondstoffen. Dat dient niet alleen het milieu, maar ook de efficiëntie.”

Triodos Bank gebruikt onder het motto ’geld actief inzetten voor een menswaardige samenleving’ eveneens strenge maatschappelijke criteria, maar belegt niet voor eigen rekening op de beurs. „Wij trekken spaargeld aan en beheren dat verantwoord, bijvoorbeeld door krediet te verlenen aan duizenden duurzame pioniers in het midden- en kleinbedrijf”, zegt Matthijs Bierman, die de Nederlandse activiteiten van Triodos leidt. „En we hebben beleggingsfondsen die eigenlijk ’themafondsen’ zijn, zoals het Triodos Groenfonds en het Duurzaam Vastgoed Fonds. Zo richten onze klanten zich op specifieke doelen en profiteren ze soms van fiscale voordelen.”

Wat ASN en Triodos met elkaar gemeen hebben, is dat ze al vanaf hun oprichting kozen voor duurzaamheid én dat deze keuze, sinds het uitbarsten van de kredietcrisis, bijzonder gunstig voor ze uitpakt. In de eerste plaats onderscheiden ze zich nu met hun rendement: vele van hun financiële producten hebben geen band met de beurs, en vallen dus grotendeels buiten de gevarenzone. Waar de banken wél actief zijn op de beurs, is het rendement op de lange termijn nog altijd goed, terwijl het verlies op de korte termijn in verhouding tot de algemene koersdalingen meevalt. Dat blijft niet onopgemerkt. Triodos groeit nu per maand even hard als een jaar geleden per kwartaal, wat neerkomt op tienduizenden nieuwe klanten. ASN heeft er eveneens tienduizenden klanten bijgekregen. Dat betekent dat de bancaire markt aan het veranderen is.

„De inzet voor duurzaamheid was vroeger nog vooral een mening”, zegt ASN-directeur Jansen. „Duurzame bankiers en traditionele bankiers leken op verschillende wereldbollen te leven.” Nochtans waren de trouwe en geëngageerde klanten van de duurzame banken groot genoeg in aantal om ook banken als ABN Amro en ING te verleiden tot enkele beleggingsfondsen met een duurzaam karakter.

„Hoe beperkt ook – er worden nog steeds miljoenenbonussen uitgedeeld –, het betekent toch dat ook deze banken hun klanten meer dan voorheen uitleggen wat ze doen”, zegt Bierman. „Ik bespeur in het algemeen een sterk besef dat we écht anders met geld moeten omgaan, zoals we ook anders moeten omgaan met elkaar en met onze planeet. Onder de kredietcrisis schuilt een heel arsenaal aan problemen, van de wereldvoedselcrisis tot het klimaatprobleem, met als gemeenschappelijke oorzaak het najagen van snelle winst ten koste van een evenwichtige ontwikkeling op de lange termijn.”

Op deelgebieden maakten de duurzame banken maatschappelijke verschuivingen als deze al vaker mee. Zo gaf de Tsjernobylramp 22 jaar geleden bij Triodos een enorme impuls aan het investeren in alternatieve energiebronnen die later inspireerde tot de fiscale groenregeling. Veehouderijcrises als de varkenspest veranderden het denken over vlees en ’An Inconvenient Truth’, de film van Al Gore, maakte talloze mensen een stuk klimaatbewuster.

Wat Jansen opvalt, is dat het steeds particuliere klanten zijn die het voortouw nemen. „De pensioenfondsen, bijvoorbeeld, hebben zeer veel over duurzaamheid gepraat, maar ze gebruikten hun enorme macht uiteindelijk slechts mondjesmaat. Het waren de mensen zelf die beseften dat milieu en mensenrechten ons uiteindelijk allemaal raken.”

„En nu dringt het tot ze door dat ze er ook echt wat aan kunnen doen”, voegt Bierman daaraan toe. „Ik zou bijna zeggen Yes we can!, zoals Barack Obama heeft laten zien dat je door te stemmen iets fundamenteel kunt veranderen, zo krijgen mensen nu ook door dat ze met hun geld dingen ten goede kunnen veranderen. We gaan van een gevoel van machteloosheid naar een gevoel van macht.”

Maar voor velen is duurzaam bankieren ook een pragmatische keuze, met transparantie als doorslaggevend argument. Wie duurzaam wil bankieren, investeren of beleggen, kan dat alleen als alle informatie over een bedrijf of een project op tafel ligt. De bank moet dus precies kunnen vertellen wat er met het geld gebeurt, waardoor ze automatisch minder risicovol opereren.

ASN doet dat door uitgebreid te rapporteren over het sociale en maatschappelijke karakter van de beursfondsen waarin ze investeert, onder meer op zijn jaarlijkse ’Dag van het ethisch beleggen’. Triodos nodigt de begunstigden van een investering ook geregeld uit op evenementen, waar Triodosklanten met eigen ogen zien hoe hun investering uitpakt.

Dat is in schril contrast met de onthulling van ING dat sommige financiële producten zo ingewikkeld waren geworden dat de medewerkers zelf niet meer wisten wat ze aan hun klanten verkochten.

Maar is de massale overstap naar duurzame spaar- en beleggingsproducten een echt omslagpunt? „Ik stel vast dat we nu mensen aantrekken die het duurzaam beleggen niet automatisch vanuit hun ’zuil’ aangereikt hebben gekregen”, zegt Jansen. „Waarbij de klanten wel nadrukkelijker dan voorheen naar hun rendement kijken. Wat ook helpt, is het internet. We hoeven mensen niet meer vanaf de grond op te leiden in het duurzaam bankieren, ze weten zelf wat er te koop is en schakelen dus gemakkelijker over. Ik denk ook dat ze de arrogantie van de gevestigde bankwereld een beetje zat zijn.”

Giuseppe van der Helm, directeur van de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO) ziet in elk geval in de interesse in duurzaamheid een omslagpunt. „Op de komende ’Dag van de belegger’ van de Vereniging van effectenbezitters hebben wij voor het eerst een stand met zeven andere duurzame beleggers. Ik vind ook dat beursgenoteerde bedrijven zich steeds constructiever opstellen en eigenlijk is niemand beter dan zij in staat om veranderingen in te leiden. Ze doen onderzoek, opereren op de markt, hebben gigantische netwerken en veranderen veel gemakkelijker van koers dan een overheid. Dit jaar zijn ook niet-gouvernementele organisaties als Natuur en Milieu en het ICCO lid van ons geworden.”

Maar duurzaam bankieren, investeren en beleggen zijn zaken voor de lange termijn, benadrukt van der Helm. Of de particuliere belegger ook op langere termijn inhaakt, moet nog blijken. Bierman heeft er alle vertrouwen in. „Bij de mensen die vanuit hun oude bank overstapten, zie je vaak dat ze hun hele betalingsverkeer naar ons meenemen, dus niet slechts aan risicospreiding doen door bij ons wat geld op een deposito te zetten. Ik zie dat als een principiële keuze.”

vrijdag 16 september 2011

Duurzame voeding steeds populairder

De consumentenbestedingen aan duurzame voeding in de Nederlandse supermarkten zijn in het eerste halfjaar van 2011 met 39,1 procent gestegen ten opzichte van 2010 naar ruim 500 miljoen. Biologisch groeide met 29,1 procent naar 195 miljoen euro omzet. Diervriendelijker geproduceerde producten boekten een omzetstijging van 56 procent naar 114 miljoen euro.

Dit blijkt uit de halfjaarcijfers van het LEI in het kader van de Monitor Duurzaam Voedsel. Deze cijfers hebben betrekking op supermarkten. Andere verkoopkanalen worden alleen jaarlijks gemeten.

Biologisch
Bij biologisch droegen alle productgroepen bij aan de groei. Zuivel is ten opzichte van 2010 het hardst gestegen (44%), gevolgd door vleeswaren (40%) en eieren (36%). AGF is goed voor 25,9 procent aandeel van de biologische omzet en blijft zuivel (24,7%) nog net voor als grootste productgroep. Supermarkten zorgen voor bijna de helft van de biologische omzet in Nederland. Natuurvoedingswinkels melden een groei van 5 tot 10 procent, een percentage dat al jaren stabiel is. De Task Force Marktontwikkeling Biologische Landbouw verwacht dat de totale omzet van biologische voeding in 2011 ruim boven de 800 miljoen uit zal komen; ongeveer de helft van de verwachte totale omzet aan duurzame voeding in Nederland.

Varkensvlees en pluimveevlees
Diervriendelijke voeding viel ook in de smaak. Consumenten kochten voor 114 miljoen euro diervriendelijker geproduceerd vlees, vleeswaren en eieren (inclusief de biologische varianten), een stijging van 56 procent.
De hoogste omzetgroei is zichtbaar bij varkensvlees en pluimveevlees. De groei in duurzamere eieren, vlees en vleeswaren was resp. 21 procent, 72 procent en 49 procent. Het Convenant Marktontwikkeling Verduurzaming Dierlijke Producten verwacht dat deze groei dit najaar zal doorzetten. Leveranciers en supermarkten hebben aangekondigd nog meer producten met aandacht voor dierenwelzijn aan te gaan bieden.

Keurmerk
De gegevens zijn afkomstig van kassascangegevens van de supermarkten en betreffen alleen producten die aan een keurmerk herkenbaar zijn. Daarnaast vindt verduurzaming plaats ook zonder dat dit in een keurmerk tot uitdrukking komt, bijvoorbeeld door gewijzigde ingrediënten, ander inkoopbeleid, of ander MVO-beleid van producenten of retailers.

maandag 11 juli 2011

Vlaanderen op weg naar duurzaam voedselsysteem in 2050

Vlaanderen op weg naar duurzaam voedselsysteem in 2050

Verstuur naar een vriend(in) Afdrukken

In april van dit jaar keurde de Vlaamse regering de vernieuwde Vlaamse Strategie Duurzame Ontwikkeling (VSDO) goed. De afdeling Monitoring en Studie onderzocht wat dit impliceert voor landbouw en visserij. "Structurele veranderingen van het voedselsysteem zijn nodig", zegt beleidsondersteuner Dirk Vervloet, "maar de huidige beleidsacties kunnen in die transitie geïntegreerd worden."


Vlaanderen op weg naar duurzaam voedselsysteem in 2050

zondag 3 juli 2011

Japan bekeert zich tot duurzame energie

Duurzame energie was jarenlang een stiefkindje in Japan. Het ongeluk bij de kerncentrale in Fukushima heeft daar verandering in gebracht.

“We worden eindelijk serieus genomen door het publiek, de overheid en de industrie”, zegt Akira Taniguchi, woordvoerder van zonne-energiemaatschappij Ohisama in Iida-Stad in Nagano. “We hopen dat de aandacht ertoe leidt dat er officiële steun komt voor alternatieve energie.”

Het private bedrijf werkt al jaren in Iida, een stad met 3800 huishoudens. In 2004 werd er een Gemeenschapsfonds opgezet waaruit de installatie van zonnepanelen wordt betaald.

Bijna 4 procent van de huishoudens in Iida heeft nu zonnepanelen. Het nationale gemiddelde ligt lager dan 1 procent in kleine gemeenschappen. Huishoudens in Iida die energie over hebben, kunnen die verkopen.

Los van waterkrachtcentrales, heeft hernieuwbare energie in Japan een aandeel van minder dan 2 procent in de energie-industrie. Japan haalt 30 procent van zijn energie uit kerncentrales. Het land zag nucleaire energie in het verleden als cruciaal voor economische groei en bouwde 54 kernreactoren.

Wederopbouw
Het beleid lijkt echter te veranderen, in de nasleep van de ramp met de nucleaire reactoren van Fukushima. Die raakten zwaar beschadigd door een aardbeving met een kracht van 9.0 op de schaal van Richter en de daaropvolgende tsunami die het noordoosten van Japan op 11 maart trof.

Nu de publieke steun voor kernenergie afneemt, heeft de Japanse premier Naoto Kan beloofd toe te werken naar een energiezuinige samenleving en meer aandacht te geven aan hernieuwbare energie. Tegen 2020 moet 20 procent van de Japanse energie uit waterkrachtcentrales en zonne- en windenergie komen.

De nieuwe koers wordt gezien als een pijler onder de wederopbouwplannen voor de verwoeste noordoostelijke regio’s.

Liberalisering energiemarkt
Een andere belangrijke stap die Kan gezet heeft, is het liberaliseren van de energiemarkt. Daarmee wordt de weg vrijgemaakt voor nieuwkomers, en het verzwakt de macht van grote en rijke nutsbedrijven die voorstander zijn van door de overheid zwaar gesubsidieerde kernenergie.

Het zijn drastische stappen in een land waar kernenergie tot voor kort als noodzaak werd gezien.

Japan kreeg na de ramp in Fukushima voor het eerst te maken met energietekorten. Bedrijven denken nu na over energiebesparing en er wordt gediscussieerd over de stroomverslindende neonverlichting in Tokio.

“De angst voor tekorten aan stroom kan ertoe leiden dat mensen aan kernenergie willen vasthouden”, zegt Hisayo Takada, energie-expert van Greenpeace Japan. Ze zegt dat voorstanders van hernieuwbare energie er hard aan moeten werken om het publiek ervan te overtuigen dat groene energie betrouwbaar is. Volgens Takada zijn er genoeg voorbeelden in Japan waar dat uit blijkt.

maandag 30 mei 2011

duurzame voeding te duur

Nederlandse consument vindt duurzame voeding te duur

Het marktaandeel van duurzame levensmiddelen - zoals biologische producten, maar ook de 'gezonde keus'-voeding - is vrij laag. Dat komt doordat de Nederlandse consument zeer beperkt bereid is daar meer voor te betalen, concluderen prof. Peter Verhoef en dr. Jenny van Doorn van de vakgroep Marketing van de Faculteit Economie en Bedrijfskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Voor gezonde producten wil de consument zelfs minder betalen. Een van de redenen is dat consumenten duurzame voeding van lagere kwaliteit achten. De onderzoeksresultaten van Verhoef en Van Doorn verschijnen op 16 oktober 2009 in het tijdschrift Economische en Statistische Berichten.

Minister Verburg van LNV wil dat Nederland in 2015 internationaal koploper is op het gebied van de productie en consumptie van duurzame voeding. Zij hoopt dit te bereiken door een groter en diverser aanbod. Maar omdat uit dit nieuwe consumentenonderzoek blijkt dat de hoge prijs en gedachten over lagere kwaliteit een belemmering vormen, suggereren Verhoef en Van Doorn dat (gesubsidieerde) prijsverlaging en nadruk op kwaliteitsoordelen in de voorlichting belangrijker zijn.

Het onderzoek
Onder duurzame producten verstaan de onderzoekers zowel de producten die gericht zijn op het verbeteren van natuur, milieu en welzijn (de bio-, eko- en fair trade-labels) als voedingsmiddelen die beloven goed te zijn voor de individuele gezondheid (zoals light-producten). Verhoef en Van Doorn verrichtten onderzoek onder 1180 Nederlandse consumenten voor acht productcategorieën: jam, yoghurt, rijst, margarine (basisvoedingsmiddelen), frisdrank, chocolade, koffie en bier (genotsproducten). Ze brachten de bereidheid van consumenten in kaart om meer te betalen voor producten met duurzame claims of labels. Mogelijke achterliggende motieven die zijn onderzocht zijn de gedachten over de kwaliteit van het product, hoe gezond het product is en sociale gevoelens over de bijdrage die de koper levert aan mens en milieu.

Lagere kwaliteit
Verhoef en Van Doorn constateren dat consumenten alleen voor producten met een bio-claim bereid zijn om meer te betalen, maar wel slechts tot een zes procent hogere prijs. Dat terwijl de prijsverschillen nu vaak veel hoger liggen: tussen de tien en veertig procent. Voor producten met een gezondheidsclaim blijkt de Nederlandse consument zelfs vijf procent mínder te willen betalen. Men vindt deze gezonde producten minder smaakvol en ze dragen niet genoeg bij aan een 'sociaal gevoel' om de hoge prijs te rechtvaardigen. Verder is het opvallend dat consumenten zowel de bio- als fair trade- en gezondheidsproducten van een lagere kwaliteit vinden. Het is dus belangrijk dat de kwaliteitsoordelen over duurzame voeding sterk worden verbeterd om Nederlandse consument over te halen om duurzamer te consumeren.

Schuldgevoel afkopen
Er blijkt een verschil tussen luxe en basisvoedingsmiddelen: bij basisproducten handelt de consument vaak rationeler, terwijl bij luxere categorieën hij meer emotioneel keuzes maakt en zaken als bijvoorbeeld schuldgevoel een rol spelen. Zo zou een consument zich schuldig kunnen voelen over het eten van chocolade, en men zou dat gevoel kunnen afkopen door bijvoorbeeld fair trade-chocola te kiezen: 'Ik geniet, maar ik doe toch nog iets goeds'. Marketing kan slim inspelen op dit schuldgevoel om de consumptie van organische en fair trade-genotsproducten te verhogen, maar voor het verhogen van de verkoop van basisvoedingsmiddelen is een andere strategie nodig. Hier zullen toch vooral de kwaliteitspercepties verbeterd moeten worden.

Bron: Rijksuniversiteit Groningen