Posts tonen met het label vlees. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vlees. Alle posts tonen

dinsdag 27 september 2011

Vegetariër zijn is helemaal niet moeilijk

Jonathan Safran Foer is in Nederland om te praten over zijn boek Eating Animals, een vurig pleidooi tegen de bioindustrie. “Vegetariër zijn is helemaal niet moeilijk.”

- Dit is uw eerste non-fictiewerk. Heeft dit boek een doel?

dieren-eten-jonathan-safran„Het doel veranderde terwijl ik het schreef. Ik wilde een boek schrijven over het eten van vlees, maar de focus verschoof geleidelijk naar de bio-industrie. Ik wist aanvankelijk niet eens wat die term precies inhield. Het doel van het boek, dat kan ik nu achteraf zeggen, is om te helpen de bio-industrie af te schaffen. Niemand eet vlees afkomstig uit de bio-industrie omdat zijn waarden hem daartoe aanzetten.”

- Voor degenen die het niet weten: wat is er zo erg aan de bio-industrie?

„De bio-industrie is het ergste wat de mens het dier ooit heeft aangedaan. Vijftig miljard dieren worden jaarlijks gefokt en geslacht in deze industrie, en ze worden zwaar genetisch gemodificeerd, soms zodanig dat zij zichzelf niet meer kunnen voortplanten. Ik ben geen dierenmens, maar dit gaat niet om liefde voor het dier: het gaat erom dat ik ze niet wil haten. Dan het milieu: niets is zo slecht voor het milieu als de bio-industrie. Het is verantwoordelijk voor 51 procent van de uitstoot van broeikasgassen. In mijn boek staat 18 procent, maar dat cijfer is onlangs herzien en het is jammer dat het niet in mijn boek staat. Volgens de VN is de bio-industrie een van de twee of een van de drie belangrijkste oorzaken van elk groot milieuprobleem ter wereld. De luchtvervuiling, watervervuiling, de dalende biodiversiteit.

„Verder is de bio-industrie slecht voor onze gezondheid. De effectiviteit van onze antibiotica vermindert, en we weten dat de vogelgriep en de Mexicaanse griep op dit soort bedrijven ontstaan. Vlees uit de bio-industrie zorgt voor overgewicht, en vergroot de kans op hartkwalen, diabetes, beroertes en andere aandoeningen. Wat we niet weten is nog veel enger. Wetenschappers denken met goede reden dat meisjes eerder in de puberteit komen door de groeihormonen die in hun eten terecht zijn gekomen. Het duurt nog een jaar of twintig om dit soort dingen zeker te weten. De vraag is: willen wij het proefkonijn zijn?”

- Er is ook een voordeel aan de bio-industrie. Het vlees is goedkoop.

„Zeker. En we kunnen het nog twee keer zo goedkoop maken, en de gevolgen voor het milieu twee keer zo ernstig. Bovendien: vlees uit de bio-industrie is helemaal niet goedkoop. Het lijkt zo, als we bij de kassa staan. De werkelijke kosten zijn niet verrekend in de prijs, maar dat betekent niet dat wij er niet voor betalen. De bio-industrie is oorzaak nummer één van de opwarming van de aarde. Wie betaalt dat? Niet McDonald’s, maar wij. En wie betaalt voor onze gezondheidszorg? Wijzelf.”

- Weet u wat vrienden van mij zeggen als ik ze vertel dat ik minder vlees ben gaan eten na het lezen van uw boek? Ze zeggen: dan ga ik het mooi niet lezen.

„Die reactie snap ik. Vlees smaakt lekker, ruikt lekker, en mensen willen niet dat hun dat soort prettige dingen wordt afgenomen. Maar vlees eten gaat dieper dan de smaak. Nee zeggen tegen vlees is nee zeggen tegen hoe we zijn grootgebracht, is nee zeggen tegen onze tradities. Vlees eten is deel van onze identiteit. Daarom moet het debat over vlees niet zwart-wit zijn. De vraag moet niet zijn: word je vegetariër of niet. Als alle Amerikanen een dag per week geen vlees zouden eten, heeft dat hetzelfde effect als het van de weg halen van vijf miljoen auto’s.”

- Maar uw boek is geen pleidooi voor één dag minder vlees per week. Het is een pleidooi tegen het ooit nog eten van vlees afkomstig uit die vreselijke bio-industrie.

„Klopt, maar wij doen voortdurend vreselijke dingen. Natuurlijk vind ik dat we volledig moeten stoppen met het eten van vlees uit de bio-industrie. Maar mensen zijn inconsistent. Op dit moment liggen tienduizenden mensen in Haïti op sterven, en jij noch ik springt in het vliegtuig om ze te helpen. Mensen moeten een zekere balans vinden tussen plezier en verantwoordelijkheid. We kunnen ons niet overal tegelijk om bekommeren.”

- De behoefte aan onwetendheid over de bio-industrie, of de behoefte om de misstanden te vergeten, is levensgroot. Niemand wil graag onthouden dat-ie onderdeel is van een milieuvernietigende moordmachine.

„Dat zegt dus iets heel positiefs over die mensen. Ze willen er geen onderdeel van uitmaken, ze willen de schaamte niet voelen.”

- En intussen smikkelen ze lekker door. Wat heeft dat nu voor zin?

„Ik denk dat de meeste mensen hun eetgewoontes niet veranderen doordat ze in een discussie zijn overtuigd, maar omdat ze andere mensen zien die hun eetgewoontes hebben veranderd. Zoiets gebeurt niet van de ene op de andere dag, ik bedoel, het heeft mij twintig jaar gekost om vegetariër te worden. Tegelijkertijd vinden er nu al veranderingen plaats. Ik denk niet dat de meerderheid van de mensen binnen afzienbare tijd vegetariër wordt, maar ik denk wel dat binnen, zeg, twintig jaar de meeste gerechten vegetarisch zullen zijn. De bio-industrie is zo radicaal niet-duurzaam onduurzaam en de berichten erover nemen toe – het valt niet meer te ontkennen.”

- Het probleem is dat er te veel manieren zijn om milieu-, mens- of diervriendelijk te zijn. Mensen stellen graag zelf een pakketje maatregelen samen. De één koopt eerlijke spijkerbroeken en doucht lauw, de ander drinkt biologische koffie en gaat in het weekeinde met de trein. En allemaal zeggen ze: ik hoef niet te stoppen met vlees eten want ik doe al genoeg.

„In een restaurant iets anders bestellen is niet zo heel moeilijk. Het betekent ook niet dat een kind in China ineens jouw spijkerbroek moet gaan maken. Het is geen zero-sum game.”

- Het voelt anders wel als een zero-sum game. De volgende redenering heb ik vaak gehoord: ik heb geen auto, ik koop eerlijke spijkerbroeken, dus ik hoef niet ook nog eens vegetariër te worden.

„Denk je echt? Tegen die mensen zou ik dan zeggen: koop een auto, koop slechte spijkerbroeken, en stop met vlees eten. Want de gevolgen zijn vele malen groter. De hele vervoersector – vliegtuigen, boten, auto’s, alles – staat voor 14 procent van de uitstoot van broeikasgassen. Vlees voor 51 procent. Dus koop die auto maar en laat de hamburger staan.”

- Uw boek gaat over de consument van vlees. Maar als ik een varken was, geboren om geslacht te worden, dan zou ik voor mijn overleving niet vertrouwen op de consumenten. Ik zou hopen op politieke maatregelen. Topdown in plaats van bottom-up.

„Dat gaat niet gebeuren. Overheden dragen te veel petten. Ze steunen de voedingsindustrie, én ze houden de voedselveiligheid en het dierenwelzijn in de gaten. Dat zijn onverenigbare zaken, ondergebracht in één departement. Landen moeten twee ministeries hebben: een ministerie dat de voedingsindustrie steunt, en een ander ministerie dat zich bezighoudt met goede voedselvoorziening in alle betekenissen van het woord. Maar de politiek zal geen hoofdrol spelen, denk ik. De grootste duw richting een oplossing komt denk ik van de consumenten, ook al zal het langzaam gaan. Veel van de boeren die ik voor mijn boek heb gesproken, zeggen dat ze niet het soort bedrijf hebben dat ze willen hebben. Ze hebben zo’n bedrijf omdat er vraag naar is.”

- Maar als iedereen vlees en eieren koopt van een bedrijf waar dieren vrij kunnen rondscharrelen, heb je een nieuw probleem. Er is geen plek voor.

„Klopt. Met alternatieve boerderijen kun je de wereld niet voeden. Maar de vraag is of mensen in de toekomst net zo veel vlees gaan eten als nu. De mensheid eet tegenwoordig 150 keer zoveel kip als 80 jaar geleden.”

- Waarom zouden mensen ineens minder vlees gaan eten?

„Biologisch vlees is duurder.”

- Totdat iedereen het koopt.

„Zelfs dan wordt het niet zo goedkoop als vlees nu is. De prijs van biologisch vlees komt dichterbij de werkelijke kosten van vleesproductie.”

- Waarom bent u eigenlijk geen veganist geworden?

„Omdat het zwaar is. Het heeft me twintig jaar gekost om vegetariër te worden. Ik wil mijn mening aan niemand opdringen, maar vegetariër zijn is helemaal niet moeilijk.”

- Maar is het genoeg?

„Waarschijnlijk niet. Idealiter koopt niemand producten uit de bio-industrie, dus ook geen melk en eieren. Je kunt biologische melk en eieren kopen. Dat doe ik wel. Het kost wat meer, maar het is wel beter.”

- Om onze eetgewoontes te veranderen, moeten we andere verhalen gaan vertellen, want eten is deel van onze cultuur, schrijft u in uw boek. U bent een verhalenverteller met een groot publiek. Dat schept een verantwoordelijkheid. Zullen al de hoofdpersonen uit uw komende romans veganist zijn?

„Nee. Eten speelt geen grote rol in mijn romans. Bovendien, fictie moet niet moralistisch willen zijn. Dit non-fictieboek was moeilijk om te schrijven. Ik waardeer schrijven juist zo door de vrijheid die het me geeft, de ongebondenheid. Dit boek heeft zeventig pagina’s met voetnoten. Dat zijn voor mij zeventig pagina’s van ketenen en handboeien. Zeventig pagina’s die mij zeggen dat ik niet vrij ben. Dat vond ik geen fijn gevoel. Ik vind het niet fijn om gebonden te zijn. Dit boek wilde een punt maken, en het had een bepaald doel. Maar ik houd nu juist van nutteloze, doelloze dingen. Ik zal nooit meer non-fictieschrijven, denk ik.”

- Maar door dit non-fictieboek roept de naam Jonathan Safran Foer andere associaties op. Wat betekent dat voor de romans die u nog gaat schrijven?

„Als je een goed boek leest, vergeet je na de eerste bladzijde wie het heeft geschreven, je vergeet waar je bent, je vergeet dat je een roman leest. Als mensen mijn volgende roman in de winkel zien liggen, denken ze misschien heel even aan mijn boek over de bio-industrie. Misschien. Maar als ze er nog steeds aan denken na de eerste alinea van de roman, dan is dat omdat de roman slecht is. Een goede roman wist dat soort gedachtes allemaal heel snel uit.”

- Waar gaat uw volgende roman eigenlijk over?

„Die wordt heel anders, als het gaat lukken, ten minste. Bijna een soort thriller. Een roman, maar bijna sciencefictionachtig, en het vindt plaats in een wereld die lijkt op de onze, maar dan net iets anders. In een naamloze stad. En nee, ik geloof niet dat er ook maar iemand is die eet in het boek.”

Boek: Jonathan Safran Foer, Dieren Eten
Bron: NRC / Ingmar Vriesema

zaterdag 17 september 2011

vlees bijgemengd met plantaardige eiwitten.

Sinds kort verkopen Albert Heijn en Plus supermarkten vlees dat is bijgemengd met plantaardige eiwitten. Dat vlees is duurzamer en gezonder, omdat het veel minder vet is. Diesel wordt al langer bijgemengd met duurzaam geproduceerde biobrandstoffen, maar hoe zit dat precies met vlees?

http://player.omroep.nl/?serid=241

Minder vlees beter voor milieuWe horen steeds vaker dat we minder vlees moeten eten vanwege de schadelijke gevolgen voor het milieu. Vanwege de almaar toenemende vleesconsumptie in de wereld, wordt het grootste deel van de beschikbare landbouwgrond, zo’n 70%, gebruikt voor gewassen waarmee vee wordt gevoed. Daardoor blijft er te weinig landbouwareaal over om alle mensen in de wereld te kunnen voeden.

Inefficiënte productieVoor de productie van 1 kilo vlees is namelijk gemiddeld 2-15 kilo plantaardig veevoer nodig en dat maakt de productie van vlees zeer inefficiënt en milieuonvriendelijk. Meer informatie over de milieubelasting van vlees kunt u bijvoorbeeld hier vinden. Aangezien landen als China en India de westerse leefstijl overnemen en net als wij heel veel vlees gaan eten, moet er wel iets drastisch veranderen aan de consumptie van dierlijke eiwitten. Zo is deze week bekend geworden dat er vanaf 2020 alleen nog maar duurzaam geproduceerd vlees (bijlage in pdf) te koop is in onze supermarkten. Een manier om vlees te verduurzamen, is door het te verdunnen met plantaardige eiwitten zoals nu reeds op kleine schaal gebeurt
Vlees mengen met duurzame plantaardige eiwittenHet vleesverbruik in Nederland is echter onverminderd hoog. In 2010 jaarlijks aten we 86,3 kg per persoon per jaar. Dat is inclusief botten en slachtafval ed, we hebben dat jaar zo’n 43 kilo vlees daadwerkelijk per persoon binnengekregen volgens het Productschap Vee, Vlees en Eieren. Het aandeel kant-en-klare vegetarische producten is met nog geen 2% heel erg laag. Aangezien de meeste mensen zeer gehecht zijn aan een stukje vlees, is het bijmengen een zeer geschikte manier om wel een wezenlijk verschil te maken op het totale aandeel van onze vleesconsumptie.
De plantaardige eiwitten waarmee vlees kan worden bijgemengd, zijn afkomstig van tarwe, rijst, peulvruchten, soja of lupine. Die eiwitten zijn ongeveer 60 maal duurzamer dan dierlijke eiwitten, omdat er voor die gewassen minder energie wordt verbruikt, dus de CO2 uitstoot is lager en er is veel minder landbouwgrond en water voor nodig. Verder bevatten plantaardige eiwitten minder vet en het vet dat erin zit bevat het goede, onverzadigde vet in tegenstelling tot dierlijke eiwitten.
Verkrijgbaar bij Albert Heijn en PlusAlbert Heijn verkoopt sinds 2010 een paar producten die zijn bijgemengd met 30% plantaardige eiwitten. Daar heeft AH de jaarprijs van het Voedingscentrum 2010 mee gewonnen, omdat het gezonder en duurzamer is. Het assortiment zal binnenkort verder worden uitgebreid.

Plus supermarkten verkoopt sinds eind augustus van dit jaar ook diverse bijgemengde vleesproducten onder de noemer `Lekker mager & duurzamer`.

Volgens de Warenwet mag vlees worden bijgemengd met plantaardige ingrediënten, zolang dat maar duidelijk op de verpakking staat. Op het bijgemengde vlees van AH en Plus staat het weliswaar aangegeven, maar je moet wel heel goed opletten want het ligt tussen het gewone vlees en zit in precies dezelfde soort verpakking.
Bijgemengd vlees heeft de toekomstHet bedrijf Meatless maakt plantaardige bestanddelen zonder kunstmatige toevoegingen die door vlees en zelfs vis gemengd kunnen worden of waarvan 100% vegetarische producten gemaakt worden. Meatless heeft subsidie gekregen van het Ministerie van Landbouw om te onderzoeken of vlees zelf tot 50% zou kunnen worden bijgemengd zonder verlies van smaak en structuur. Aan de universiteit van Wageningen wordt ook veel onderzoek gedaan naar vleesvervangers.
Niet geschikt voor alles vleesAlleen samengesteld vlees, zoals gehakt en saucijs, vleeswaren en snacks komen in aanmerking om te worden bijgemengd. Kipfilet of biefstuk bijvoorbeeld kunnen niet worden bijgemengd.
PrijzenKassa heeft de gemiddelde winkelprijzen op een rijtje gezet en het blijkt dat bijgemengd vlees en 100% kant-en-klare vleesvervangers een stuk duurder zijn dan het gemiddelde vlees.

Gemiddelde consumptieprijs per kg:Vlees (rund/varken/gevogelte) €  6,-
Bijgemengd vlees                     € 10,-
Biologisch vlees                        € 10,-
Vleesvervangers                       € 12,-


Duurder omdat...Volgens diverse deskundigen is bijgemengd vlees duurder dan de gewone variant, omdat:
- De prijs van vlees veel te laag is. Met al die stuntaanbiedingen is iedereen daar gewend aan geraakt, maar dat we veel te weinig betalen heeft Kassa eerder laten zien. Bekijk uitzending.

- Het bewerken van de plantaardige grondstoffen een veel ingewikkelder en intensiever proces is dan de meeste mensen denken. Zo moeten na maling de eiwitten van het zetmeel worden gescheiden, er moet een goede structuur in worden aangebracht etc. en er worden geen chemische ingrediënten aan toegevoegd. Het ontwikkelen en in de markt zetten van dit proces is verder ook kostbaar.

- Het op kleine schaal geproduceerd wordt in tegen stelling tot vlees.

dinsdag 23 augustus 2011

Vleeswaren verhogen diabeteskans fors

De dage­lijkse consumptie van zo’n 50 gram bewerkt rood vlees (vleeswaren als salami en worstsoorten) leidt tot een 50 procent hogere kans op diabetes.

Dat blijkt uit een grote studie uitgevoerd door wetenschappers van de Amerikaanse Harvard School of Public Health. De resultaten werden eerder deze week gepubliceerd in The American Journal of Clinical Nutrition.

De onderzoekers analyseerden de gegevens van ruim 442.000 personen uit drie grote studies waarvan de deelnemers uit de twee grootste onderzoeken 20 en 28 jaar werden gevolgd.

De onderzoekers keken niet alleen naar het risico van het eten van bewerkt rood vlees, maar ook naar de gevolgen van het dagelijks eten van onbewerkt rood vlees (”red meat”).

Onder deze Engelse benaming vallen rundvlees, kalfsvlees, varkensvlees en lamsvlees en daarvan afgeleide producten. Het gaat dus niet om vlees dat nog rood is en niet goed doorbakken. Kip, kalkoen en ander gevogelte, vallen er niet onder, maar horen thuis in de categorie wit vlees.

De consumptie van 100 gram onbewerkt rood vlees, een gangbare portie in westerse landen, leidde tot een hogere kans op diabetes van 20 procent. Iemand die dagelijks de dagelijkse portie rood vlees vervangt door het eten van noten, magere zuivelproducten en volkoren granen, kan het risico op diabetes ver­lagen met respectievelijk 21, 17 en 23 procent.

De enorme omvang van het onderzoek maakt dat de resultaten van deze epidemiologische studie zeer betrouwbaar zijn. Hoofdonderzoeker dr. Frank Hu, hoogleraar voeding en epidemiologie aan Harvard, noemt de studie­resultaten dan ook van grote betekenis. „Er is sprake van een epidemie van diabetes in onze westerse wereld en tegelijk is er wereldwijd sprake van een toenemende consumptie van rood vlees.”

Eglantine Barents, diëtiste en beleidsadviseur van de Diabetes­vereniging Nederland, noemt het een gegeven dat rood vlees voor de gezondheid niet zo gunstig is. „Dat bleek al eerder uit een zogeheten zevenlandenstudie. De inwoners van Kreta waren gezonder en werden ouder dan West-Europeanen. Hun voedingspatroon week op belangrijke punten af van wat wij in onze landen gewend zijn. Ze aten onder meer vaak vis en nauwelijks rood vlees.”

De resultaten van dit onderzoek zijn vanwege de omvang van de studie „niet te negeren”, vindt Barents. „Bovendien hebben de onderzoekers de uitkomsten gecorrigeerd voor leeftijd, overgewicht en andere risicofactoren op het gebied van leefstijl en voeding. Dus het hogere diabetesrisico is echt terug te voeren op de roodvleesconsumptie.”

Barents wil de uitkomsten niet betitelen als alleen maar slecht nieuws. „Dat is het natuurlijk enigszins als je rood vlees en vleeswaren lekker vindt, maar mensen krijgen ook alternatieven aangeboden waardoor ze hun vleesgebruik kunnen verminderen. Dat is het goede nieuws. Ze kunnen hun leefstijl aanpassen ter preventie van diabetes.”

Op basis van de uitkomsten adviseren de Amerikaanse voedingswetenschappers de consumptie van bewerkt rood vlees in de vorm van vleeswaren, rookworst en dergelijke te mini­maliseren en de consumptie van onbewerkt rood vlees terug te dringen. Zo mogelijk dient rood vlees te worden ingeruild door gezonde vervangers, zoals vetarme zuivelproducten, vis en peulvruchten.

In 2005 kwam de consumptie van rood vlees ook in een kwaad daglicht te staan. Toen werden de resultaten gepresenteerd van een ander megaonderzoek onder ruim 520.000 Europeanen, de zogeheten EPIC-studie. De belangrijkste uitkomst was dat mensen die dagelijks 160 gram rood vlees en vleeswaren eten 31 procent meer kans hebben om binnen tien jaar dikkedarmkanker te krijgen dan mensen die minder dan 20 gram rood vlees per dag eten – één portie per week of minder.

Mensen die 80 gram vis per dag eten –ten minste om de dag een portie– hebben een 32 procent kleiner risico op dikkedarm­kanker vergeleken met mensen die minder dan 20 gram vis per dag eten – minder dan één portie vis per week, zo bleek uit de EPIC-studie.

maandag 11 juli 2011

Geef bacteriën geen kans bij het barbecueën

Het zou zo maar kunnen dat je dit weekend achter de skottelbraai of babecue staat. De temperatuur lokt ons naar buiten en daar hoort ook buiten koken bij. De zomer staat voor gezellige barbecues die lang kunnen uitlopen. Deze manier van koken heeft de reputatie ongezond te zijn, maar als je op enkele eenvoudige dingen let, wordt het een gezonde en ook lekkere maaltijd.

Barbecue zou de kans op kanker verhogen. Als je op een te hoge temperatuur te snel je vlees of vis dichtschroeit, is dat ook zo. Dan ontstaan er namelijk benzopyrenen, dat zijn kankerverwekkende stoffen, meldt gezondheidsnet.be. Het is daarom belangrijk dat je je tijd neemt voor een barbecue en vlees of vis rustig gaart. Bij een gasbarbecue betekent dit dat je het vuur niet te hoog mag zetten, bij andere toestellen mag je pas beginnen bakken als je kolen niet meer branden en bedekt zijn met laagje witte as. Verder is het belangrijk je vlees 25 tot 40 centimeter boven het vuur te leggen. Ook kan het helpen je barbecue af te dekken, dan bakt het vlees gelijkmatiger. Heb je zwarte, verkoolde delen? Eet die vooral niet op, maar snij ze er af.

Geef bacteriën geen kans bij het barbecueën, laat daarom vlees of vis in de koelkast zitten tot net voor je begint te bakken. Want eens rauw vlees ongeveer 10 graden is, nemen bacteriën ontzettend snel toe. ‘Besmet’ ook geen andere voedingswaren, leg dus al het bestek of borden die met het rauwe vlees in contact kwamen meteen weg als je het niet meer nodig hebt. Gebruik zeker niet hetzelfde gerief bij bereid eten.

Om salmonella te vermijden moet je zorgen dat de buitenkant van het vlees niet verbrandt terwijl de binnenkant nog rauw is. Let er dus op dat alles gaar is, vooral bij varkensvlees en gevogelte is dat belangrijk.

maandag 20 juni 2011

Vlees is dat gezond?

Je kunt om van allerlei edele motieven besluiten om geen vlees meer te eten maar daar gaat het hier niet om. Is vlees eigenlijk wel zo (on)gezond als algemeen aangenomen wordt?

De meeste mensen kunnen goed functioneren als ze geen vlees zouden eten. Sommige mensen echter hebben, gezien hun constitutie, absoluut vlees nodig. Het is dus niet zo dat iedereen in de wieg is gelegd om als vegetariër door het leven te gaan en het is ook niet zo dat een vegetarisch dieet altijd gezond is.

Een veel gehoorde bewering is dat we 100 gram vlees per dag nodig zouden hebben om het ijzer- en eiwit gehalte op peil te houden. Ik ben bang dat deze ‘behoefte’ meer een verkoopargument is dan een voedingstechnisch argument. Veel groenten, fruit en granen bevatten ook ijzer. Bovendien bevatten groenten en fruit vitamine C en dat verhoogt de opname capaciteit van ijzer. Het belangrijkst is dat er naast vlees ook regelmatig andere eiwitbronnen worden gegeten. Plantaardige eiwitbronnen zijn niet alleen vanwege de afwisseling noodzakelijk. Soja producten, noten, zaden, vis en peulvruchten bevatten naast eiwitten ook veel vezels en fytonutriënten. Dierlijke eiwitten in de vorm van vis zijn bovendien beter verteerbaar en gezonder vanwege de omega 3 vetzuren.

Een andere bewering is dat vlees alle soorten eiwit (lees: aminozuren) bevat. Dit is niet zo. Vlees bevat wel de meeste soorten aminozuur maar als vlees je enige eiwitbron is, kun je toch een behoorlijk eiwit (=aminozuur) tekort oplopen. Eiwitten zijn opgebouwd uit verschillende aminozuren. Het lichaam heeft deze verschillende aminozuren nodig om te kunnen functioneren. Mist er één bepaalde soort aminozuur dan kan dit behoorlijke problemen geven. Het ene soort eiwit (vlees bijvoorbeeld) bevat andere aminozuren dan het andere soort eiwit (kapucijners bijvoorbeeld). Geen enkele eiwitbron bevat alle aminozuren, vandaar dat ook altijd geadviseerd wordt om af te wisselen en verschillende eiwitbronnen te gebruiken.

Om het leven nog ingewikkelder te maken: veel dieren worden tegenwoordig veelvuldig behandeld met antibiotica en hormoonpreparaten. En alsof dat nog niet genoeg is kunnen ze ook nog via hun voedsel zware metalen en bestrijdingsmiddelen binnenkrijgen. Al deze stoffen worden opgeslagen in het lichaam, en dus in het vlees van het dier. Een mensenlichaam heeft net zoveel moeite met deze stoffen als het dier en in de regel worden ze, ook door het menselijke lichaam, niet verteerd maar opgeslagen in het weefsel, in ons eigen lichaam dus.

Dan hebben we nog de kwestie kwaliteit en kwantiteit. Hoe meer het beest bewogen heeft hoe beter de kwaliteit van z’n eiwitten en hoe meer aminozuren er op de vierkante centimeter passen. Beweging geeft nou eenmaal meer stevigheid en meer spieren. Niet bewegen geeft vet en slap vlees en waar vet zit kan geen aminozuur zitten. Je kunt dus beter een klein stukje goed vlees eten dan een groot stuk goedkoop vlees. Uiteindelijk levert goed vlees betere en meer aminozuren. Goed vlees is vlees wat écht bewogen of gevlogen heeft – wild (uit de natuur – niet uit een hok) dus. En als dat niet beschikbaar is ecologisch vlees.

Dan tot slot nog het vet verhaal. Hierboven zag je al dat niet-bewegend vlees meer vet bevat. Dat is wel beter voor de handel (het is lekker snel klaar en je hoeft er niet zo op te kauwen) maar slechter voor je gezondheid. Temeer ook daar niet bewegende beesten (in hokken) geen gras te eten krijgen maar granen, sojameel en mais. Van nature eten koeien, varkens en kippen dit soort dingen niet (en zeker niet in dergelijk grote hoeveelheden). Van nature eten ze gras en kruiden. Gras bevat omega 3 vetzuren. Granen, sojameel en mais bevatten met name linolzuur (omega 6). Beesten die linolzuur eten kunnen daar onmogelijk omega 3 van maken. Het vlees van niet bewegende dieren bevat in de regel dus veel linolzuur. Het vlees van bewegende, in het wild levende dieren bevat veel omega 3 vetzuur. Linolzuur in grote hoeveelheden gaat stapelen (dat kunnen we niet omzetten) en veroorzaakt ontstekingsprocessen en allerlei gezondheidsklachten tot dementie aan toe. Omega 3 vetzuren in grote hoeveelheden, daar blijf je juist gezond bij.

Uiteraard is het niet mijn bedoeling je bang te maken maar zoals met alles: kennis is macht en als je het weet kun je ernaar handelen. Kiezen voor kwaliteit is ook een goede manier om bewuster te leven. En in ieder geval kan het een stimulans zijn om ecologische vleesproducten te gebruiken.

Meer informatie over het hoe en waarom (geen) vlees kun je vinden bij de Nederlandse veganistenvereniging of de vegetariersbond. Meer informatie over biologische en ecologische landbouw op www.biologica.nl.

maandag 6 juni 2011

Vlees

Veel mensen mogen graag een stukje vlees eten. Dat is gezond. Een goed stukje vlees zit barstens vol met eiwitten, vitamines en mineralen. Bovendien is het, voor wie het lust, smakelijk. Maar verdient het in Nederland geproduceerde vlees de naam vlees eigenlijk wel?


Veruit het meeste rundvlees wordt geleverd door de melkveehouderij. Koeien die niet meer voldoen aan de door de boer gestelde melkproductienorm gaan naar het slachthuis en vinden hun graf in de schappen van de supermarkt.

Vroeger hielden de Nederlandse boeren daar rekening mee. Ze fokten zogenoemde 'dubbel-doel' koeien. Beesten die tijdens hun productieve leven een bepaalde hoeveelheid melk konden leveren, en daarnaast ook nog een dragelijk stukje vlees opleverden.

In de huidige melkveehouderij staat specialisatie centraal. Voor melk geldt in Europa een voor de boeren gegarandeerde minimum melkprijs, en dus wordt er tegen­woordig vooral gefokt op melkproductie. Die keuze voor het fokken op melkproductie heeft, met hulp van de Amerikanen die Europa op dat punt ver voor waren, geleid tot spectaculaire resultaten.

Tien jaar geleden was de gemiddelde melkproductie per koe in Nederland ongeveer 6500 kilo per jaar. Die gemiddelde productie is nu al ruim 8000 kilo per jaar. Op de super­gespecialiseerde bedrijven is een productie per koe van 12.000 kilo geen uitzondering. Dat is ongeveer twaalf keer zoveel als een koe normaal gesproken nodig heeft om een kalf groot te brengen.


Ook het productieve leven van een gespecialiseerde koe is eindig en haar rest niets anders dan de gang via het slachthuis naar de schappen van de supermarkt. Maar haar restanten die daar in de vorm van biefstuk te koop liggen voor rond de vijftien euro per kilo hebben kraak noch smaak. Het ging immers niet om het vlees, maar om de melk. En dat is aan het vlees te proeven. Of juist niet.

Met varkensvlees is het al precies hetzelfde. De specialisatie in de varkenshouderij is gericht op een zo hoog mogelijke productie van kilo’s vlees per vierkante meter. Vlees wordt immers per kilo verkocht, vandaar de naam kilo-knaller . Niet per smaak of kwaliteit. Het varken is een prachtig dier dat echter regelmatig wordt getroffen door vreselijke ziekten. De grote uitbraak van de varkenspest heeft nauwelijks nadelige gevolgen voor de consumptie van varkensvlees gehad. De consument kauwt rustig door op de karbonade en waarom zou hij niet? Varkenspest is dodelijk voor de dieren, maar levert voor de mens geen enkel risico op.


Dat is nog maar de vraag. Op de diverse journaals waren afschuwelijke beelden te zien van de manier waarop wij door de pest aangetaste varkens plegen te 'ruimen'. Zelden is schokkender in beeld gebracht hoe respectloos de moderne veeteelt met het verlengstuk van het leven - de dood - omgaat. En de consument blijkt al even respectloos, want hij kauwt rustig door.

Bij 'ruimen' worden de dieren in een speciale destructiewagen gejaagd, om daar vervolgens aan en op de lopende band te worden geëlektrocuteerd. De combinatie van 110.000 Volt en 3.000 Ampère zorgt voor onmiddellijke hart- en hersendood. Nog nadampend van de stroomstoot ('Ze merken er echt niks van hoor,' zegt iemand boven het gekrijs van de dieren uit. ‘Het is gebeurd voor ze het merken.’) rollen ze de wagen uit. Een kraan pakt ze met twee of drie tegelijk op. Ze bungelen nog even als zakken grof vuil, half uit de grijper hangend, in de lucht en vallen dan met doffe ploffen in een gereedstaande vrachtwagen. De dieronterende vernietiging van varkens ging nog weken door.

Een varken kan er niets aan doen dat hij de pest krijgt. Soms komt het letterlijk aanwaaien, of brengt een vogel of verdwaalde muis het virus uit de natuur mee. De verdere verspreiding in de sector is vooral mensenwerk. Vlak voor de eerste uitbraak definitief werd vastgesteld, gonsde het in Zuid-Nederland al van de geruchten over varkenspest. In allerijl werden grote aantallen varkens uit het gebied weggebracht naar andere delen van het land. En daarmee ook het virus. Voor de Nederlandse varkenshouderij was wat er gebeurde een regelrechte ramp. Na een zeer magere periode waren de prijzen net weer op een behoorlijk niveau gekomen. Maar de sector riep de ramp voor een niet onbelangrijk deel over zichzelf uit.

Het varken is een viespeuk, maar wel een nuttige. Knorremans is een omnivoor die alles vreet wat los en vast zit. Als het maar verpakt is in blubber. In die zin was het vroeger op de boerderijen een perfecte kleinschalige verwerker van etensresten. Maar de moderne veeteelt heeft er de afgelopen jaren grootschalige afvalverwerkers van gemaakt, waarvoor slechts één criterium geldt: rendement. Alle niet meer voor de mens eetbare voedselresten gingen naar de ­producenten van veevoer. Vermengd met krachtvoer waar een bedenkelijke cocktail van andere afval in werd gedaan. Deze slobber, in vakkringen 'swill' genoemd, vormde de basis van ham en karbonade, maar dit mengsel is tegenwoordig verboden. Waarbij overigens moet worden aangetekend dat het in de landbouw niet gebruikelijk is dat regelgeving stelselmatig en door onafhankelijke instanties wordt gecontroleerd. Wat precies de sancties bij overtredingen zijn, blijft al even onduidelijk.

Formeel toegelaten zijn nog wel vismeel, bloedproducten en di- en tricalciumfosfaat uit botten. Om de zoveel tijd worden er producten in het veevoer gevonden die er overduidelijk niet in horen, zoals dioxine, afgewerkte olierestanten of afgekeurde medicijnen.

Intussen wordt er door de belangenbehartigers van de sector achter de schermen druk geduwd en getrokken om verboden weer ongedaan te maken. Na het uitbreken van de gekke koeienziekte werd het gebruik van beendermeel ver­boden. Er wordt gewerkt aan regelgeving om dat verbod te versoepelen. Nieuw op het menu van de Nederlandse veestapel zijn de bloembollen. Onder het motto: wij aten ze in de oorlog, dus waarom zouden we ze nu dan weggooien?, proberen bollenboeren een handeltje te maken met omliggende vee­houders. Toch is er alle reden die bollen, voor de bollenboer afval, niet als veevoer te gebruiken omdat gebleken is dat die bollen stijf staan van de restanten van de bestrijdingsmiddelen die in de bollenteelt worden gebruikt. Een andere innovatie in de vleeshouderij is het toedienen van medicijnen via het voer. Dat gebeurt vooral bij varkens en kippen die onder meer enorme hoeveelheden antibiotica door hun voer gemengd krijgen. Uit controles van de Algemene Inspectie Dienst (AID) blijkt dat voorgeschreven wachttijd tussen laatste toediening van het medicijn en de slacht lang niet altijd wordt nageleefd, en dat met voorgeschreven doses wordt gesjoemeld.

De varkenshouderij is verworden tot een procesindustrie waar op jaarbasis voor ruim 2,5 miljard euro in omgaat. Brabant en Limburg worden in de sector omschreven als een deel van het land 'met een hoge varkensdichtheid'. Verhullend woordgebruik waarmee monoculturen die plagen als de varkenspest per definitie uitlokken, worden toegedekt.

Uitbraken van grootschalige ziekten en plagen komen ook op het platteland niet uit de lucht vallen. Ze zijn een direct gevolg van onze pogingen om dier en plant in een industrieel keurslijf te dwingen. De sector accepteert dat, net als het ministerie van landbouw, en gaat er vanuit dat het om de zoveel jaar gebeurt. Om het financiële risico voor de varkenshouders die het treft te beperken, hebben overheid en bedrijfsleven een steunpot van 50 miljoen euro bij elkaar gespaard. Om het verspreidingsrisico bij een uitbraak zo snel mogelijk in te dammen, ontwikkelde het ministerie een weerzinwekkende vernietigingsmachine. Met slechts een criterium: rendement. De varkenshappende kraan is vervangen door een jakobsladder om zo de lijken direct in de vrachtwagens te krijgen. Weer een arbeidsgang minder en het oogt minder gruwelijk.

Varkenshouders houden van hun dieren. Zolang de slachterij ze, minimaal kostprijsdekkend, accepteert. Ook de consument houdt van varkensvlees. Zolang de prijs per kilo maar niet al te hoog is. Beide partijen houden elkaar op die manier langs een financiële drijfveer gevangen in een vicieuze cirkel. En zo wordt het vlees, vooral door de varkens, toch nog duur betaald.

De consument loopt fysiek geen enkel risico door de varkenspest. Maar hij is moreel allang besmet geraakt. Want ondanks het heel speciale smaakje dat de sector via de journaals aan de karbonade gaf, kauwde de consument onverstoorbaar door.

zaterdag 14 mei 2011

Eten zonder vlees: hoe en waarom?

Minder vlees eten. Het is niet alleen goed voor het milieu, maar het draagt ook bij aan een betere gezondheid. Lastig? Helemaal niet. Eten zonder vlees kan prima. Als je maar voldoende voedingstoffen binnenkrijgt. En juist de voedingstoffen uit vlees zitten ook in plantaardige vleesvervangers. Maar waarom zou je het doen?

Vlees en milieu
Het milieu wordt meer belast door vlees, zuivel en vis, dan door eieren en soja. Dit is simpel te verklaren. Dieren hebben veevoer nodig om te kunnen groeien. Voor elke kilo vlees is twee tot zeven kilo plantaardig voer nodig. Voor de productie van vlees is veel meer water nodig dan voor de productie van bijvoorbeeld graan. Daarnaast kost de teelt van veevoer veel energie. Maisglutenvoermeel en sojahullen zorgen voor het meeste energieverbruik en de hoogste uitstoot van broeikasgassen. Dit betekent natuurlijk niet dat je een doorgewinterde vegetariër moet gaan worden. Maar iets bewuster omgaan met vlees en iets minder vlees eten draagt al bij aan een beter milieu en een betere gezondheid.

Vleesvervangers
Veel mensen vinden het lastig om een alternatief voor vlees te vinden. Smaakt een maaltijd wel lekker zonder vlees? Af en toe koken zonder vlees kan heel lekker zijn met onderstaande vleesvervangers.

Kant- en klare vleesvervangers
Het aantal kant- en klare vleesvervangers groeit in de supermarkten. Ze zijn snel en makkelijk klaar te maken. Maar de echte kookliefhebbers nemen hier natuurlijk geen genoegen mee. Gelukkig zijn er meer mogelijkheden.

Peulvruchten
Kapucijners, linzen, bruine bonen en erwten zijn goed voor bij de warme maaltijd. Maar je kunt ze ook verwerken in een maaltijdsalade, eenpansgerecht of een maaltijdsoep.

Eieren
Een ei bij een warme maaltijd kan prima. Denk aan een omelet bij spinazie. Eet niet meer dan twee keer per week een ei. Tahoe en tempé
Dit wordt gemaakt van sojabonen. Tahoe kun je bakken en verwerken in salades. Ook kun je het op brood eten. Tempé kun je bakken, koken of verwerken in salades. Je kunt de producten kopen in grote supermarkten of in een natuurvoedingswinkel.

Seitan
Dit is een eiwitrijk vegetarisch product. Het smaakt kruidig en heeft een vleesachtige structuur. Je kunt Seitan verwerken in de soep of bij de rijst, spaghetti en macaroni eten.