Posts tonen met het label gezondheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gezondheid. Alle posts tonen

vrijdag 21 oktober 2011

Relaties zijn goed voor de gezondheid

Lange relaties – niet perse in een huwelijk – zijn de sleutel tot een gezond leven, volgens een nieuw onderzoek wat onder de bevolking van Nieuw Zeeland is gedaan. Mannen en vrouwen die langer dan 5 jaar in een relatie zitten hebben minder kans op een depressieve periode of gedachten tot een zelfmoordpoging, en zijn minder afhankelijk aan alcohol of drugs, volgens de onderzoekers.

“Het huwelijk wordt vaker geassocieerd met verbeterde geestelijke gezondheid, maar er is weinig research waarbij onderzocht is of de duur van het samenwonen wordt geassocieerd met geestelijke gezondheid,” zei Sheree Gibb, die een team leidde waarbij ze de links tussen de relatieduur en de geestelijke problemen in een groep van 1000 dertigers sinds hun geboorte in Dunedin probeerde te leggen.

Dr Gibb zegt dat in het onderzoek niet uitmaakte of het betreffende stel wel of niet getrouwd was: het was de lengte van de relatie die een positief effect had op mensen en hun geestelijke welzijn – het maakte niet uit of het koppel getrouwd was of gewoon samenleefde.

"Onze studie wijst uit dat partnerrelaties je kunnen beschermen tegen geestelijke gezondheidsproblemen, waarbij het positieve effect versterkt narmate de jaren verstrijken dat de relatie standhoudt," volgens Dr Gibb.

"Dit zou kunnen komen door de emotionele support en de financiele stabiliteit die een langdurige relatie kan bieden”. Van alle mensen rond de 30, kampt 16% van hen die niet een relatie zitten met symptomen van depressie, samen met 23% van mensen die een relatie hebben gezeten van 2 jaar of minder.

Daarentegen had maar 10% van alle mensen die in een relatie zaten van 2 tot 4 jaar een depressie, en maar 9% van mensen die langer dan 5 jaar in een relatie zaten. De onderzoekers gingen uit van de score die de participanten zelf gaven aan hun metale gezondheid en hun relatie status.

De studie liet zien dat de score van alcohol misbruik of afhankelijkheid 12% was bij 30 jarigen die niet een relatie zaten, en 13,5% bij mensen die in een relatie van minder dan 2 jaar hebben gezeten. Ter vergelijking, maar 4% van de mensen die 2-4 jaar in een relatie zitten hadden problemen met alcohol, en minder dan 3% die in een relatie zaten voor mensen die meer dan 5 jaar in een relatie zaten.

De onderzoeksresultaten lieten zien dat deze connectie constant bleef, nadat ze andere factoren hadden onderzocht – zoals de familie achtergrond en de geschiedenis van de geestelijke gezondheid. "Mensen die veel risico lopen op geestelijke instabiliteit kunnen hun voordeel halen uit de stabiliteit van langdurige relatie, en blijven werken aan hun relatie door middel van bijvoorbeeld relatie therapie,” volgens Dr Gibb.

vrijdag 14 oktober 2011

Aardbeien zijn goed voor de hersenen

Aardbeien beschermen tegen dementie. Een aantal studies toont aan dat de consumptie van aardbeien een eenvoudige manier is om de cognitieve functie aan te scherpen.

Zo hebben onderzoekers van het Chicago Healthy Aging Project vastgesteld dat oudere mensen een tragere cognitieve achteruitgang kennen indien ze minstens één keer per maand aardbeien eten. Vrouwen die in een nog hogere frequentie aardbeien verorberen vertragen de aftakeling van hun cognitieve capaciteiten met ruim 16 procent ten opzichte van leeftijdsgenoten die zich minder vaak te goed doen aan de rode vruchten.

Goed voor het geheugen
Onderzoekers van de Tufts University in Medford zijn dan weer tot de bevinding gekomen dat aardbeien ook deugdelijk zijn voor het geheugen en motorieke functies. De vruchten zijn immers rijk aan antioxidanten die de membranen van zenuwcellen zouden beschermen tegen infecties en oxidatie. Op die manier kunnen ze het verouderingsproces in ons lichaam vertragen.

Preventieve rol
Naar schatting één op de acht 65-plussers in de VS lijdt aan Alzheimer, de meest voorkomende vorm van dementie. De ziekte kan niet genezen worden en behandelingen zijn weinig effectief. Ook al omdat het aantal bejaarden op onze planeet tegen 2050 zal verdrievoudigen, kunnen aardbeien een belangrijke preventieve rol spelen bij de bescherming van onze hersenen.

Ook andere bessen, zoals frambozen of bosbessen, zijn overigens goed voor de gezondheid: ze beschermen het hart en werken zelfs als ontstekingsremmer.

Nederlandse vrouw heeft 25% meer kans op kanker

Vrouwen in Nederland hebben 25 procent meer kans om kanker te krijgen vergeleken met het gemiddelde in Europa, zo blijkt uit statistieken van de Wereldgezondheidsorganisatie. Jaarlijks krijgen 43.000 vrouwen in Nederland de diagnose kanker. Dit terwijl de kans op kanker verkleind kan worden door gezonde voeding en leefstijl. Daarom heeft het Wereld Kanker Onderzoek Fonds de Gezondheidsgids voor vrouwen uitgebracht. En hoewel vrouwen in Nederland leven gezonder dan mannen, is nog veel ruimte voor verbetering. Slechts 1,3 procent van de vrouwen in Nederland eet dagelijks voldoende groente en fruit. Echt bizar! En slechts 45 procent van de vrouwen voldoet aan de Nederlandse beweegnorm (ten minste vijf keer per week 30 minuten bewegen). Ruim 41,9 procent van de vrouwen heeft overgewicht, waarvan 12,4 procent obesitas. Een vijfde van de vrouwen rookt nog steeds.

Vrouwen kunnen hun kans op kanker verkleinen door gezonder te eten, op hun gewicht te letten en meer te bewegen. Het behouden van een gezond gewicht is, na niet roken, het belangrijkste om de kans op kanker te verkleinen. Lichaamsbeweging verkleint de kans op de twee meest voorkomende kankersoorten bij vrouwen: borstkanker en darmkanker. Ook kan lichaamsbeweging tegen baarmoederkanker beschermen, de kankersoort die op nummer vijf staat bij vrouwen in Nederland.

Daarnaast is het drinken van alcohol een belangrijke risicofactor voor o.a. borstkanker en darmkanker. Vrouwen die drinken worden aanbevolen om het aantal glazen alcohol te beperken tot 1 per dag. Moeders worden ook aanbevolen om hun baby’s de eerste zes maanden uitsluitend borstvoeding te geven. Er is overtuigend bewijs dat het geven van borstvoeding het risico op borstkanker verlaagt.

De nieuwe Gezondheidsgids voor vrouwen van het Wereld Kanker Onderzoek Fonds bevat meer informatie over risicofactoren voor kanker, veel voorkomende vormen van kanker bij vrouwen en geeft praktische adviezen over het maken van gezonde keuzes die het risico op kanker kunnen verlagen.

dinsdag 20 september 2011

Knoflook is een directe bloeddruk “verlager”?

Je bloeddruk verlagen hoeft tegenwoordig niet moeilijk meer te zijn. Medicijnen, supplementen en zelfs stress verminderende oefeningen kunnen je helpen om je bloeddruk te verlagen. Dit zijn echter wel “extra” handelingen in de dagelijkse leven waar je misschien niet op zit te wachten. Zijn er ook “makkelijkere” bloeddrukverlagers? Ik heb al wel eens vaker geschreven dat de kleintje aanpassingen de grootste verschillen maken. Zo kan het ook zijn met je hoge bloeddruk. Knoflook is een natuurlijk bloeddrukverlager en hieronder zal ik je uitleggen waarom dat zo is.

Knoflook VS Medicijnen
Misschien zal het je verbazen (mij althans wel) maar als we de werking van knoflook op de hoge bloeddruk vergelijken met het effect van bloeddruk verlagende medicijnen, zien we vrij weinig verschillen. Uit onderzoek is gebleken dat knoflook de systolische bloeddruk met 8 mmHg kan verlagen. Als we dit gaan vergelijken met de medicatie liggen de dalende bloeddruk waarden op hetzelfde niveau. Dit betekend niet dat je kan stoppen met de medicijnen en alleen maar knoflook moet gaan eten. Meer dan de helft van de mensen die medicijnen gebruiken, bereiken niet het gewenste resultaat.

Hieruit kan je concluderen dat het gebruik van medicijnen goed te combineren is met maaltijd met knoflook of knoflook supplementen.

Wat is er zo bijzonder aan knoflook?
Zo lang als knoflook al bestaat, is men al bewust van de “genezende werking” van knoflook. Naast het verlagen van de bloeddruk is knoflook ook goed voor andere doeleinden. Ook het LDL cholesterol gehalte zal dalen en het beschermt je tegen verschillende huid0infecties. Het is waar dat je na het eten van knoflook, een paar keer je tanden moet poetsen, maargoed wie mooi wil zijn moet pijn lijden toch? Liever geen slechte adem? Dan kunnen supplementen de uitkomst bieden.

Niet alles over knoflook is ontdekt, dit komt omdat de samenstelling vrij ingewikkeld in elkaar zit. Vooral de zwavelhoudende aminozuren blijken het genezende effect te hebben. De belangrijkste hiervan is Aliine. Door knoflook te persen of pletten kan Aliine veranderen in allerlei andere stoffen zoals polysulfides, ajoenes en oligosulfides. Dit zijn allemaal werkzame stoffen die je lichaam goed kan gebruiken. Vaak is het probleem, dat mensen knoflook niet elke dag eten en daarom het effect hiervan niet merken. Dagelijks een beetje knoflook gebruiken in het avondeten is makkelijk gedaan en het heeft veel resultaat.

woensdag 31 augustus 2011

Sneller dement door teveel zout en weinig sporten


Oudere mensen kunnen zout echt maar beter laten staan! Want als ze daarbij ook nog eens weinig sporten zouden ze mentaal sneller achteruit gaan dan hun leeftijdsgenoten die minder zout eten en wel aan voldoende lichaamsbeweging doen. En het luistert nauw!

Amper één theelepel zout per dag zou je geheugen namelijk al kunnen schaden en het risico op Alzheimer aanzienlijk vergroten, zo blijkt uit een recente Canadese studie. Oppassen dus! Een Canadees team van onderzoekers nam de zoutinname en de lichamelijke activiteiten onder de loep van 1262 gezonde mannen en vrouwen tussen de 67 en 84 jaar, en dat gedurende drie jaar lang. Daarnaast onderzochten ze ieder jaar ook de mentale gezondheid van de proefpersonen, aan de hand van een test die gebruikt wordt om Alzheimer op te sporen.

“De resultaten van onze studie tonen aan dat een dieet met hoge hoeveelheden zout in combinatie met weinig lichaamsbeweging bij ouderen een negatief effect heeft op de werking van de hersenen”, verklaart dokter Alexandra Fiocco van de Universiteit van Toronto. “We willen oudere mensen erop wijzen dat te veel zout en weinig beweging, zoals urenlang voor de tv zitten, allesbehalve goed is voor hen.” Deborah Barnes, een experte op het gebied van Alzeimer, spoort iedereen nu aan om gezonder te eten.

“We zouden allemaal meer groenten en fruit moeten eten, en ongezond voedsel zoals ingevroren producten, kant- en klare maaltijden en zowat alles wat in blik wordt verkocht, van het menu schrappen.”

zondag 28 augustus 2011

Is sporten zo moeilijk vol te houden?



Het feit dat je loopschoenen alweer maanden stof vergaren, heeft niets te maken met een gebrek aan doorzettingsvermogen. Integendeel, volgens een Amerikaans onderzoek is je lage zelfvertrouwen de schuldige.

Bijna de helft van de mensen die met sporten begint, stopt er weer mee binnen de zes maanden. Dat beweert Edward McAuley van de Universiteit van Illinois. Volgens hem heeft dat alles te maken met het zelfbeeld van de persoon: 'Mensen die weinig zelfvertrouwen hebben, zijn geneigd sneller op te geven eens er een moeilijkheid op hun weg komt. Wie veel zelfvertrouwen heeft, is geneigd harder te werken voor zijn doel, ook wanneer het eens tegenzit'.

Toch wil dat niet zeggen dat wie weinig zelfvertrouwen heeft de rest van zijn leven gedoemd is op de zetel te zitten. Zo helpt het bijvoorbeeld om te denken aan eerder behaalde successen in je leven.

Enkele tips om wel vol te houden:

- Meet je vooruitgang. Schrijf op hoe vaak je beweegt en hoe lang. Elke stap dichter bij je doelstelling helpt je zelfvertrouwen op te bouwen.

- Zoek steun bij vrienden en familie. Ga samen sporten met iemand die ongeveer jouw niveau heeft zodat de sociale druk je motiveert.

- Uiteraard heb je geen tijd om te sporten en regent het. Maar van een avondje tv-kijken is nog nooit iemand fitter geworden. Geef sport een plekje in je agenda en bouw regelmaat op.

- Naar muziek luisteren tijdens het sporten heeft een positief effect op je denkvermorgen en houdt je langer gemotiveerd.

- Vergeef jezelf als je eens een avondje overslaat. Maar raap je weer samen voor de keer daarna, want anders is de kans groot dat de nefaste gedachte 'zie je wel, het lukt niet' je hoofd binnensluipt.

zaterdag 27 augustus 2011

“Genoeg is genoeg, ADHD medicatie gaat de deur uit”


Britse Minister van Binnenlandse Zaken Theresa May:

“Genoeg is genoeg, ADHD medicatie gaat de deur uit”

Vastgelegd in een familie video, Harry Hucknall geeft nog een brutale grijns voordat hij de straat uit suist op zijn nieuwe fiets. Zijn vader, Darren, zal het moment nooit vergeten - Harry was toen zeven - en hij kijkt de scène opnieuw en opnieuw.

Het is een kostbare herinnering aan Harry, die op een zondagavond in september vorig jaar zijn moeder Jane en zijn oudere broer David welterusten kuste voordat hij de trap op ging naar zijn slaapkamer, zijn deur vergrendelde en zichzelf met een riem ophing aan zijn stapelbed.

Hij was tien jaar oud.

‘De psychiater beweerde op de lijkschouwing dat mijn zoon een chemische onbalans had in zijn hersenen. Ik vroeg hem: “Hoe weet je dat? Heb je de chemicaliën gemeten in zijn hersenen? ”


Harry Hucknall was volgens zijn vader een 'gewone jongen' waarvan de problemen werden overdreven.

Zijn vader verwijt de dood van Harry aan twee ‘geestveranderende’ psychiatrische middelen die zijn zoon waren voorgeschreven door een psychiater om zijn luidruchtige gedrag en lusteloosheid te genezen.

Een gerechtelijk onderzoek wees in april uit dat het kind meer medicijnen in zijn lichaam had dan het normale niveau voor volwassenen die kampen met dezelfde problemen.

Een radeloze heer Hucknall dient nu een formele klacht in bij de National Health Service (NHS) voor het voorschrijven van Ritalin aan zijn zoon, een cocaïne-achtige stimulant die, paradoxaal, wordt vermeend het kind te kalmeren, en Prozac, een krachtig antidepressivum.

‘Toen ik opgroeide waren er veel kinderen zoals Harry - een beetje over-actief, een beetje stout, die niet altijd doen wat ze werd verteld. Nu zijn ze gebrandmerkt met de klacht Attention Deficit Hyperactivity Disorder ‘, zegt de computer engineer bij zijn semi-vrijstaand huis aan de rand van Barrow-in-Furness, Cumbria.

‘Wat is dat nu? Wat is er veranderd? Is er een rare ziekte in de lucht? Harry was gewoon een normale jongen. Maar omdat we leven in 2011 moest hij, en vele andere kinderen, op tabletten worden gesteld.

‘Het lijkt alsof bijna ieder kind plotseling deze ADHD heeft ontwikkeld. Wat een onzin. Het is een eenvoudig get-out voor ouders en scholen die hun kinderen niet onder controle kunnen houden. ‘
661.000 pakjes per jaar

De heer Hucknall is natuurlijk in verdriet voor Harry, en zijn woorden worden gesproken met woede. Maar zijn woorden zijn dicht bij de waarheid. Eerder dit jaar toonde deze krant (Daily Mail) ook al aan dat in Groot-Brittannië jaarlijks 661.000 pakjes ADHD medicijnen worden voorgeschreven om in de kindertijd ADHD te behandelen - een verdubbeling ten opzichte van vijf jaar geleden.

De medicijnen worden aan zeer jonge kinderen voorgeschreven - vanaf een leeftijd van slechts 15 maanden, volgens ons onderzoek - ondanks de officiële richtlijnen van de fabrikant en het feit dat de Britse Nationale Instituut voor Gezondheid en Clinical Excellence (NICE) het gebruik ervan voor hen verbiedt voor kinderen jonger dan zes jaar.

Vorige week vertelde educatieve psycholoog David Traxson me dat hij vermoedt dat in de West Midlands ten minste 100 drie-, vier en vijf-jarigen Ritalin of soortgelijke medicijnen worden voorgeschreven. Als dit wordt gerepliceerd in het hele land - zoals waarschijnlijk is - loopt het aantal op tot duizenden kinderen.

“Deze jonge kinderen worden gedwongen krachtige en potentieel verslavende medicijnen te nemen en niemand weet wat er in de toekomst met hun hersenen zal gebeuren,” waarschuwde hij.

De Vereniging van Educatieve Psychologen vorige week eiste een nationale evaluatie naar het gebruik van Ritalin en soortgelijke geneesmiddelen bij kinderen.

Secretaris-generaal Kate Fallon zei:

‘Het gevaar is dat we vertrouwen op deze “quick fix’ voor kinderen met diagnoses zoals ADHD, wat vaak betekent dat ze een recept krijgen voor Ritalin. ‘Niemand weet wat het zal doen in de hersenen bij de kinderen’

‘We hebben grote bezorgdheid, de neurologische impact van deze medicijnen op zich ontwikkelende hersenen van kinderen is niet volledig onderzocht. De potentiële schade die ze kunnen veroorzaken moet nog onderzocht worden. “

De oproep van de psychologen werd ondersteund door de Nationale Bond van Leraren, waarvan de leden te maken hebben met een enorme stijging van het aantal leerlingen dat wordt gedrogeerd met ADHD medicijnen - die inwerken op het centrale zenuwstelsel van een kind het gedrag te veranderen.

In sommige primaire klaslokalen van de staat is één op de tien leerlingen onder invloed van Ritalin pillen, die moeten worden uitgedeeld door de leerkrachten tijdens de lunch of pauzes. In een lagere school van 389 kinderen in het Zuid-Oosten is niet minder dan 80 leerlingen - meer dan 20 procent - op de medicatie.

Het is een fenomeen in Groot-Brittannië, bij families van ongeacht het inkomen. Het gebied met het hoogste percentage kinderen die het geneesmiddel krijgen is de Wirral, een rijk deel van Cheshire, welke de thuisbasis is van miljonair voetballers en business executives.
Onmeetbare ziekte

Ondertussen trekken sceptici het bestaan van de ziekte ADHD in twijfel. Er is geen objectief bewijs dat de ziekte bestaat en er is geen erkende medische test om de ziekte te diagnosticeren. Een diagnose wordt gesteld door een psychiater of kinderarts door het kijken naar het gedrag van een kind.

Een deel van de critici stellen dat de ziekte een politiek correcte creatie is van de psychiatrische wereld voor een kind dat het moeilijk vindt om stil te zitten of om te concentreren dankzij een combinatie van een fast-food dieet, late avonden en gebrek aan lichaamsbeweging.

Het is gemakkelijker voor de psychiatrische wereld en haar politieke meesters om om te gaan met de diagnose van een ziekte in plaats van om te gaan met de werkelijke problemen en oorzaken.

Een andere verontrustende factor is dat de ouders die medicijnen voor ADHD aan hun kinderen geven onmiddellijk in aanmerking voor een reeks van zeer aanzienlijke staatssteun voordelen, zoals een uitkering voor verzorger en kind-invaliditeitsuitkering, die kan oplopen tot duizenden Britse ponden per jaar.

Bijvoorbeeld, een familie in de West Midlands heeft twee kinderen die medicatie krijgen voor ADHD. Ze krijgen 600 pond per maand in de invaliditeitsuitkering voor elk van de twee kinderen die zijn gediagnosticeerd met de ziekte.

Een derde kind wordt onderzocht door psychologen om te zien of hij ook lijdt aan de ziekte. Als hij de diagnose krijgt zal de jaarlijkse aftrekpost van de familie 21.600 pond belastingvrij bedragen.

Geen wonder dat duizenden gezinnen gelukkig zijn met kinderpsychiaters wanneer ze verteld worden dat hun zoon of dochter met hyperactief gedrag een ziekte heeft die moet worden genezen met medicijnen.

Gwynedd Lloyd, een opleidings onderzoeker aan de Universiteit van Edinburgh, heeft haar twijfels uitgelegd.

‘Je kunt niet een bloedtest afnemen om te zien of een kind ADHD heeft. De diagnose wordt gesteld door het vakje in een gedrag checklist - onrustig in je stoel zitten is een voorbeeld van zo’n vakje. De helft van de kinderen in een school zou in aanmerking komen voor dit soort criteria. “

En, naar het blijkt, veel van hen krijgen de diagnose. In de vier jaar tot 2010 was er een 65 procent stijging van de NHS uitgaven aan medicijnen om ADHD te behandelen in de kindertijd, met kosten voor de belastingbetaler van £31 millioen Britse pond per jaar. Hierbij is geen rekening gehouden met duizenden recepten betaald door ouders die hun kinderen naar een privé-arts hebben gestuurd.

In Amerika (waar de term ADHD 50 jaar geleden voor het eerst werd vastgelegd), is één op de vijf kinderen gediagnosticeerd met ADHD en krijgt Ritalin of een soortgelijk geneesmiddel voorgeschreven.

Het is voorspeld dat, tenzij de rage om kinderen te drogeren niet wordt gestopt in het Verenigd Koninkrijk, één op de zeven leerlingen binnenkort zullen zijn gediagnosticeerd met de ziekte in vele delen van het land, zoals reeds het geval is in plaatsen zoals de Wirral.

Ondertussen zijn er legio bewijzen van de bijwerkingen van de ADHD behandelingen. Ritalin is een Klasse B drug, die verboden is voor recreatief gebruik. Het werd uitgevonden in de jaren vijftig in de Verenigde Staten om de effecten van de illegale drug overdoses te bestrijden.

Alarmerend, het kan de lichamelijke groei van het kind belemmeren (artsen wordt gevraagd om regelmatig de lengte en het gewicht te controleren van een jonge patiënt), en het kan kinderen gevoelig maken voor hartproblemen, depressie en slapeloosheid.

Er zijn minstens 11 doden van kinderen die zijn gestorven door toedoen van Ritalin-gebruik zijn gemeld bij de Britse Medicines and Healthcare Products Regulatory Agency sinds het medicijn 20 jaar geleden beschikbaar kwam. De officiële doodsoorzaak van negen van de sterfgevallen waren hartkwalen, ademhalingsproblemen en hersenziekten. Aanzienlijk, twee van de kinderen eindigde hun leven net als Harry Hucknall.
“Genoeg is genoeg”


Minister van Binnenlandse Zaken Theresa May: "Genoeg is genoeg, ADHD medicatie gaat de deur uit"

Minister van Binnenlandse Zaken Theresa May heeft gezegd genoeg is genoeg. Als de schaduw leider van het Lagerhuis voor de laatste verkiezingen waarschuwt zij voor de gevaren van ADHD-medicijnen.

‘Het zijn krachtige geneesmiddelen op recept en we weten niet wat hun lange-termijn effecten op een kind zal zijn. “

Ze verwijst met betrekking tot het Europees Parlement naar het verhaal van een zes jaar oude jongen die Ritalin kreeg voorgeschreven.

“Hij ervoer lusteloosheid en gemarkeerde depressie en probeerde zich uit het raam te gooien binnen twee maanden na aanvang van de behandeling. Hij herstelde pas weer toen werd gestopt met de medicijnen. “

Helaas, Harry Hucknall zal nooit meer de kans hebben om te stoppen met Ritalin, of het antidepressivum Prozac. Nu resteren er voor zijn vader moeilijke vragen over de reden waarom zijn zoon stierf. Op het noodlottige weekend in september vorig jaar, waar Harry verbleef in het huis in Dalton-in-Furness van zijn moeder, Jane White, 33, en zijn broer David, en zijn twee stap-voor broers en zussen.

Hij zou er het weekend besteden met zijn vader, die in der minne gescheiden was van Jane toen Harry drie was.

Begin vorig jaar had kinderpsychiater Sumitra Srivastava Harry Prozac voorgeschreven voor depressie, en Ritalin tegen hyperactiviteit. Hij had moeite met concentreren op school en werd gepest door klasgenoten, en hij had zijn ouders verteld dat hij zich ongelukkig voelde.

Bij een gerechtelijk onderzoek in april verklaarde de lijkschouwer Ian Smith dat de heer Srivastava adequaat had gehandeld, maar waarschuwde ervoor dat artsen uiterst voorzichtig moeten zijn met wat ze aan tien jaar oude jongens voorschrijven.

De lijkschouwer achtte een weloverwogen zelfmoord uitgesloten en zei dat de invloed van Ritalin en Prozac niet kon worden uitgesloten als een factor in de dood van Harry.

‘Wat een kind met ADHD wordt voorgeschreven door zijn arts zijn geestveranderende medicijnen van een krachtige natuur,’ voegde hij eraan toe.

Maar Harry’s vader vindt dat de medicijnen een grote rol spelen in de tragedie.

‘Harry werd eerst zonder mijn medeweten op Prozac gezet,’ vertelde hij me. ‘Ik kwam erachter toen hij bij mij kwam om het weekend door te brengen en zijn moeder mij vertelde welke dosis ik aan hem moest geven: één in de ochtend en één ’s nachts. “Ben je gek geworden?” Vroeg ik haar. “Dat is een antidepressivum.”

‘Ik kan elke dag hard werken om voor mijn kind te betalen, maar het lijkt dat ik weinig te zeggen heb als het gaat om zaken zoals wanneer de autoriteiten besluiten om mijn zoon medicijnen te geven.’

In het begin weigerde Harry’s vader om hem de pillen te geven. Maar Harry’s moeder zei dat als hij zijn zoon de dosis niet zou vertrekken, dat het het kind niet zou worden toegestaan ​​om hem te bezoeken. Ze zei dat de artsen haar hadden verteld dat Prozac de depressieve gevoelens van Harry zou stoppen.


‘Ik ging met tegenzin akkoord. Ik wilde Harry zien,’ herinnert 37-jarige heer Hucknall. ‘Later ging ik met de moeder van Harry naar de psychiater. Ik stond erop om mee te gaan om hem te vertellen dat ik niet wilde dat Harry medicijnen kreeg.

Terwijl ik daar was zei hij dat Harry ook Ritalin moest gaan nemen. Ik zei dat ik niet wilde dat hij nog meer medicijnen kreeg. Ik wilde dat hij geen enkel medicijn kreeg.

‘Ik had nog nooit gehoord van Ritalin. Ik werd verteld het bedoeld was om zijn concentratie te helpen verbeteren. Ik was nooit verteld dat een bijwerking van Ritalin depressiviteit is. Maar de dokter zei dat als Harry het middel Ritalin zou nemen dat alles goed zou komen en dat hij binnen een maand van de medicijnen af zou zijn. “

De heer Hucknall geloofde hem, hoewel het voorgeschotelde scenario zeer onwaarschijnlijk was. De meeste kinderen blijven vele jaren op ADHD-medicijnen.

‘Uiteindelijk stemde ik toe, omdat ik dacht daarmee het juiste te doen. Het volgende dat ik weet, een maand of twee later, was een klop op mijn deur en twee politieagenten de me vertelden dat mijn zoon zich had verhangen, ‘zegt hij.

‘Hij was maar een kind. Er was niets mis met hem. Misschien had hij wat problemen, maar ze waren overschat.

‘Veel van de dingen waarover Harry’s moeder klaagde op het gebied van zijn gedrag heeft hij bij mij niet gedaan. Hoe kun je ADHD op een plaats wel hebben en op de andere niet?

‘Ik denk dat Harry uit zou kunnen zijn geweest op het zoeken van aandacht, want er waren nog drie andere kinderen in het gezin.

‘Ik geef toe dat ik een paar keer ben vergeten om hem zijn tabletten te geven. Voor mij leek hij erg stil en afgestompt toen hij onder invloed was.

‘Ik zou de medicijnen graag in de vuilnisbak hebben gegooid. Harry slikte ze gewoon, natuurlijk. Hij was een kind en hij deed wat hem door zijn ouders werd gezegd. ‘

Een emotionele heer Hucknall vervolgt:

‘Ik denk dat ADHD een ziekte is die bedacht is door farmaceutische bedrijven. Niemand is ooit gestorven door de ziekte ADHD en de ziekte bestond ooit niet. Het is erg gemakkelijk om een kind tabletten te geven. Kinderen worden over-gemedicaliseerd.

‘Een volkomen normaal kind is het tegenwoordig niet toegestaan ​​om op te groeien zonder inmenging. Ik ben boos over wat er is gebeurd, want ik ben mijn zoon verloren.

‘Op de school bijeenkomsten over Harry, zeiden leraren altijd dat hij rustig was. Mijn zoon was onlangs verhuisd en kwam op een nieuwe school, waar hij niemand kende. Wat hadden ze verwacht?

‘Een andere leraar zei dat Harry niet kon lachen om zijn grappen. Ik vroeg Harry erover. Hij vertelde me dat ze niet erg grappig waren. “

De heer Hucknall gelooft dat zijn zoon ongepast medicinale behandeling heeft gekregen heeft een verzoek ingediend bij Onafhankelijke Klachten ‘Advocacy Service (ICAS) - die degenen ondersteunt die een klacht willen indienen tegen de NHS - om de zaak in behandeling te nemen.

Bij de lijkschouwing benutte de heer Hucknall de kans om psychiater Srivastava zich te laten verantwoorden voor de medicijnen die hij Harry had voorgeschreven.

‘Deze arts beweerde op de lijkschouwing dat mijn zoon een chemische onbalans had in zijn hersenen. Ik vroeg hem: “Hoe weet je dat? Heb je de chemicaliën gemeten in zijn hersenen? ”

‘Hij vertelde me dat het een theorie was. Dus op basis van een theorie - en het op zijn meest 5x zien van mijn zoon - besloot hij om hem op dit medicijn, Ritalin, voor te schrijven dat zo krachtig is als cocaïne.

‘Harry moest uiteindelijk twee medicijnen nemen die werken tegen elkaar - de Prozac, tegen depressie en de Ritalin die depressie kan veroorzaken. Hoe kan dat toch? ‘

maandag 15 augustus 2011

Vitamine C

Veel ernstige infectieziekten zijn volgens artsen ongeneeslijk en moeten voorkomen worden door vaccinatie. Toch kan het merendeel met succes worden bestreden met maar één enkel middel:
vitamine C.

De moderne geneeskunde heeft nog steeds een negentiende-eeuwse kijk op infectieziekten. Veel van de belangrijkste virale en bacteriële ziekten – polio, difterie, longontsteking, tuberculose, malaria, lepra en tetanus – worden als dodelijk en merendeels ongeneeslijk beschouwd, net als aan het begin van de twintigste eeuw. Artsen denken dat het enige middel hiertegen preventie is, afgezien dan van antibiotica voor bacteriële infectieziekten. Dus wordt tegen veel van deze ziekten gevaccineerd, met alle kosten en bijwerkingen van dien.
Maar voor wie goed kijkt, is in de medische literatuur veel bewijs te vinden dat vitamine C een simpel, allround geneesmiddel is tegen ook deze zogenaamd ongeneeslijke ziekten.

De vitamine die geen vitamine is
Veel wetenschappelijke pioniers die vitamine C – oftewel ascorbinezuur – onderzocht hebben, zijn van mening dat deze stof de verkeerde naam heeft gekregen. De term ‘vitamine’ suggereert dat het een micronutriënt zou zijn, waar het lichaam slechts een minimale hoeveelheid van nodig heeft. Alle wezens op aarde maken hun eigen vitamine C aan, met uitzondering van cavia’s, hogere apen, bepaalde vleermuizen en mensen. Sommige wetenschappers geloven zelfs dat het feit dat we onze eigen voorraad niet kunnen aanmaken een genetische fout is.
Als we de hoeveelheid die gezonde dieren nodig hebben, vertalen naar mensen, zouden we veel meer dan de 75 mg/dag nodig hebben die als aanbevolen hoeveelheid geldt (ADH) en door deskundigen en gezondheidsautoriteiten wordt geadviseerd. Als we uitgaan van dezelfde hoeveelheid ascorbaat per kilogram lichaamsgewicht als bij ratten bijvoorbeeld, zou de mens iets in de orde van 2-4 gram per dag nodig hebben als hij gezond is en tot 15 gram bij ziekte.

Celcommunicatie
De Hongaarse fysioloog Albert Szent-Gyorgyi kreeg in 1937 de Nobelprijs voor zijn ontdekking dat ascorbinezuur een essentieel onderdeel van de biologische verbranding is. Daaruit concludeerde hij dat vitamine C onontbeerlijk is voor de communicatie tussen lichaamscellen.
Celcommunicatie vindt plaats via een nauwkeurig elektronen-uitwisselingssysteem tussen alle lichaamsmoleculen. Het doel daarvan is in feite om een constante stroom van elektrische en magnetische velden op gang te houden. Volgens Szent-Gyorgyi verbetert deze elektronenstroom naarmate ons lichaam meer vitamine C ter beschikking heeft – waardoor dus de celcommunicatie verbetert1.

Elektronen pikken
In wezen is een verstoorde elektronenstroom de oorzaak van iedere ziekte. Infectieziekten, allergieën, auto-immuunziekten en alle letsels hebben te maken met zogeheten vrije radicalen. Een radicaal is eigenlijk een molecuul dat een elektron mist. Wanneer dit radicaal buiten zijn normale verblijfplaats komt, wordt het een vrije radicaal genoemd. Vrije radicalen zijn in hoge mate reactief en pikken elektronen af van andere moleculen. Dit proces heeft een kettingreactie tot gevolg: de cellen die elektronen missen, lekken op hun beurt vrije radicalen naar de aangrenzende cellen. Deze raken daardoor beschadigd en gaan vervolgens meer vrije radicalen produceren.
Vanuit dit gezichtspunt komt ziekte neer op afbraak van het celcommunicatiesysteem van het lichaam. De oplossing hiervan ligt in een krachtige stimulans om de elektrische verbindingen te kalmeren en te herstellen.

Radicalen opruimen
De enige manier om deze cascade van vrije radicalen te stoppen zijn ‘opruimers’ daarvan. Sommige voedings- en chemische stoffen in het lichaam leveren vrije radicalen op. Helaas kan het lichaam bij ernstige ziekte niet de hoogenergetische elektronen aanmaken die deze spiraal van afbraak kunnen doorbreken – op één na, vitamine C. Een megadosis ascorbaat is een van de weinige middelen die voldoende van dit soort elektronen leveren om de schade door vrije radicalen snel te stoppen en zo de kettingreactie van vrije radicalen te beëindigen.
Wanneer het lichaam ziek wordt, vooral bij een infectieziekte, schiet de behoefte aan vitamine C gigantisch omhoog. Szent-Gyorgyi – en alle andere vitaminepioniers na hem – ontdekte dat onze behoefte aan vitamine C samenhangt met de ernst van de ziekte. Hoe zieker we zijn, des te meer vitamine C hebben we nodig om de schade door vrije radicalen te neutraliseren en des te meer vitamine C kan het lichaam verdragen (zie het kader ‘Waarom zulke megadoses?’). Eigenlijk leidt ziekte tot een tijdelijk soort ‘scheurbuik’ – vitamine-C-gebrek – waarbij het lichaam in hoog tempo zijn eigen vrijeradicalenopruimers verbruikt2.

Belofte
Szent-Gyorgyi’s ontdekking leidde in de jaren veertig tot een vloedgolf van interesse in vitamine C, als mogelijk geneesmiddel bij allerlei infectieziekten. Een aantal pioniers – wier namen grotendeels zijn vergeten – verrichtte en publiceerde tal van veelbelovende onderzoeken. Die bewezen dat virale en bacteriële ziekten konden worden bestreden en het lichaam kon worden ontgift door megadoses ascorbinezuur. De grootste belofte bleek wel de potentie van vitamine C tegen de gesel van die tijd: poliomyelitis (kinderverlamming).

Vernieuwing
Het magazine Time berichtte in zijn editie van 18 september 1939 dat tijdens de Manhattan Meeting van het derde Internationale Congres over Microbiologie een belangrijk idee was gepresenteerd in de strijd tegen polio. Het ging om het werk van de bacterioloog Claus W. Jungeblut, die een ingeving kreeg toen hij de statistische gegevens van de Australische polio-epidemie van 1938 bestudeerde. Hij had ontdekt dat zij die de ziekte hadden opgelopen, een tekort aan vitamine C hadden.
Al in 1935 had Jungeblut – hoogleraar bacteriologie aan het Columbia University College of Physicians and Surgeons – beweerd dat vitamine C het poliovirus volledig inactief kon maken3. Hij was tot die conclusie gekomen na experimenten waarbij hij resusapen had besmet met polio en ze vitamine-C-injecties had toegediend toen ze de ziekte inderdaad hadden gekregen. Ook presenteerde hij bewijs dat de vitamine tetanus-, stafylokokken- en difterietoxinen kon neutraliseren. Dat gold ook voor het herpes- en hepatitisvirus. Jungeblut zag dat door de injecties bij bijna een derde van de apen met polio een verlamming werd voorkomen, terwijl in de controlegroep slechts 5 procent enig motorisch vermogen had behouden4. Hij herhaalde zijn onderzoek bij 123 apen5, ditmaal met een andere stam van het poliomyelitisvirus, met weer hetzelfde resultaat6.

Broodje aap?
Zijn werk was toonaangevend, totdat Albert Sabin – die een levend vaccin tegen polio aan het ontwikkelen was – er niet in slaagde deze resultaten te repliceren. Sabin had echter een veel sterkere ziekteverwekker gebruikt en vervolgens een lagere dosis vitamine C geïnjecteerd (ongeveer een derde van de dosis die Jungeblut had gebruikt). Door alle publiciteit hierover werd uiteindelijk elk verder onderzoek naar vitamine C als effectieve remedie tegen polio voor minstens tien jaar in de kiem gesmoord7.

De eerste experimenten van Klenner
Tijdens de piekjaren van de polio – de jaren vijftig – begon bioloog en arts Frederick R. Klenner te experimenteren met grote doses vitamine C per injectie. Klenner was eigenlijk specialist longziekten, maar gaf de voorkeur aan een algemene praktijk, vanwege de mogelijkheid om een breed scala aan ziekten te zien en te behandelen. Als bioloog was hij vooral geïnteresseerd in de werking van ascorbinezuur.
Klenner was een arts van de oude stempel, die dag en nacht werkte, met assistentie van zijn vrouw, die verpleegkundige was. Hij behandelde patiënten en legde huisbezoeken af, of zijn patiënten nu konden betalen of niet. Klenner raakte geïnteresseerd in vitamine C, toen zijn vrouw last kreeg van bloedend tandvlees en haar tandarts haar had geadviseerd haar complete gebit dan maar te laten trekken. Nadat hij had gelezen dat hoge doses vitamine C dergelijke aandoeningen bij chimpansees hadden genezen, behandelde hij zijn vrouw hiermee – en ze herstelde volledig.
Een andere patiënt, met complicaties van een virale longontsteking, wakkerde eveneens zijn interesse in de vitamine als mogelijk geneesmiddel aan. Net als Szent-Gyorgyi was Klenner aanhanger van de theorie dat vitamine C zou kunnen dienen als transporteur van gassen en zo de celademhaling kon ondersteunen8.

Verzadiging met vitamine C
Tussen 1943 en 1047 behandelde Klenner met enorme doses vitamine C met succes 42 gevallen van virale pneumonie, een vaak geziene longinfectie als complicatie bij griep9. Op basis van de ervaring met deze eerste ‘proefkonijnen’ experimenteerde Klenner bij verschillende personen met verschillende doseringen en verschillende toedieningsvormen – oraal, of per intraveneuze of intramusculaire injectie – afhankelijk van de ernst van hun symptomen. Ook werd hij geïnspireerd door een studie uit het Australian Journal of Experimental Biology & Medical Science. Daarin werd gesteld dat polioslachtoffers een gemiddeld vitamine-C-gehalte in hun urine hadden van 19,9 procent, ten opzichte van 44,3 procent bij gezonde controlepersonen. Voor Klenner betekende dit dat er mogelijk een relatie was tussen het lichaamsverzadigingsgehalte aan vitamine C en infectieziekte. Ook in de Australische studie was een duidelijk verband geconstateerd tussen de ernst van de infectie en het gehalte vitamine C dat het lichaam in stand hield10. Dit was voor hem aanleiding om vitamine C te gebruiken tegen andere virussen: in het bijzonder het poliovirus.

Klenner en polio
In 1949 publiceerde hij zijn historische verhandeling waarin hij beschreef hoe hij polio en andere infectieziekten had behandeld met vitamine C. Alle zestig patiënten met polio uit zijn onderzoeksgroep waren hersteld en hun symptomen waren volledig verdwenen10. Vijftien van hen hadden een ruggenmergpunctie ondergaan ter bevestiging van de diagnose, en acht waren in contact geweest met patiënten die de diagnose polio hadden gekregen. Met de behandeling van Klenner werden de patiënten globaal genomen al beter na vijf dagen vitamine-C-injecties − intramusculair of intraveneus − in combinatie met orale megadoses (zie het kader ‘Hoe veel vitamine C?’). Geen van zijn patiënten had ook maar enig verschijnsel van verlamming gekregen. Onder hen waren zelfs twee patiënten met een vergevorderd stadium van de ziekte, die anders zeker in een ijzeren long terechtgekomen zouden zijn.
In een later gepubliceerd rapport beschrijft Klenner het geval van een vijf jaar oud meisje bij wie polio was gediagnosticeerd, en die al meer dan vier dagen aan beide benen verlamd was. Maar nadat ze vier dagen intramusculair vitamine-C-injecties had gekregen, begon het kind haar benen weer te bewegen en werd ze uit het ziekenhuis ontslagen. Niettemin gaf Klenner haar nog een week lang elke twee uur een vruchtendrank met een dosis vitamine C van 1000 mg. Vijftien dagen later was haar motorisch en sensorisch vermogen geheel hersteld11.
Na publicatie van zijn bevindingen ontdekten andere onderzoekers dat vitamine C ook in reageerbuisexperimenten met proefdieren en met poliopatiënten het poliovirus kon vernietigen.
Zijn beste resultaten behaalde Klenner met megadoses van 50-80 gram per dag. Ook latere onderzoekers hebben met eenzelfde hoge orale dosis zo’n succes gerapporteerd12. De grootste bijdrage van Klenner was dat hij experimenteerde met de meer directe toedieningsvormen – de intraveneuze en intramusculaire injecties. Hij bleef ervan overtuigd dat hierdoor het gehalte in het lichaamsweefsel aanzienlijk sneller en doeltreffender omhoogging dan door het slikken van vitamine C.

Geen gehoor
Enthousiast en gedreven door de wens om dit succes bekend te maken stond hij in juni 1949 voor de 98ste jaarvergadering van de American Medical Association. Al zeven jaar, zo vertelde hij, slaagde hij er binnen 72 uur in een breed scala aan virusinfecties te genezen met intraveneuze doses vitamine C. ‘Ik ben ervan overtuigd dat als vitamine C in deze gigantische hoeveelheden − 6000 tot 20.000 mg per etmaal − aan poliopatiënten wordt gegeven, niemand verlamd of verminkt hoeft te raken en er geen epidemie zal ontstaan’, vertelde hij de aanwezigen.
Hij ontmoette echter geen enkel gehoor. Geen enkele onderzoeker wilde zich hierin zelfs maar verdiepen en geen cent van het door het congres uitgetrokken budget voor een poliomedicijn ging naar onderzoek naar de rol van vitamine C.
Zoals Klenner later in een in 1959 gepubliceerd rapport zou schrijven: ‘Als de ziekte nog in het beginstadium is, kan ascorbinezuur in de juiste dosering per etmaal – zowel oraal als per injectie – snel genezing brengen. We denken dat ascorbinezuur de eerste 48 uur elke 4-6 uur gegeven moet worden, en vervolgens elke 8-12 uur, in een dosering van 250-400 mg per kilogram lichaamsgewicht. De orale dosis is de hoeveelheid die het lichaam kan verdragen. Het is een leugen dat polio ongeneeslijk zou zijn. Acute polio kan in 96 uur of minder genezen. Ik verzoek de autoriteiten met klem om dit uit te testen’13.

Virale hepatitis
Klenner ging door met zijn onderzoek en stelde vast dat vitamine C een krachtig en effectief geneesmiddel was voor veel zogenaamd ongeneeslijke ziekten, waaraan wereldwijd jaarlijks miljoenen mensen overleden.
Later in zijn loopbaan begon hij hiermee opnieuw te experimenten bij andere virale ziekten. Tegen die tijd had hij verschillende succesvolle behandelingen voor specifieke ziekten verder verfijnd door orale en injecteerbare doses te combineren (zie het kader ‘Hoe veel vitamine C?’). Zo’n ziekte was virale hepatitis, een gevaarlijke leverinfectie. Door zijn behandeling verdwenen alle symptomen binnen vier dagen14. Eén voorbeeld betrof een jonge man met hepatitis, met hoge koorts en een gele huid. Klenner gaf hem een megadosis vitamine C − tot 270.000 mg intraveneus in combinatie met 45.000 mg oraal binnen iets meer dan 24 uur − waarna de patiënt weer snel aan het werk kon.
Een ander geval betrof een jonge man met alle gangbare verschijnselen van hepatitis, die hij behandelde met 135.000 mg vitamine C intraveneus plus 180.000 mg oraal. Ook die patiënt kon weer snel aan het werk. Zijn kamergenoot, echter, die de gangbare behandeling kreeg − wat neerkwam op simpelweg bedrust − lag 26 dagen in het ziekenhuis15.
Behalve Klenner rapporteerden ook andere artsen succes met vitamine C als enig medicijn bij virale hepatitis, zij het zonder de opzienbarende genezingen van Klenner. Een arts rapporteerde dat de gezondheidstoestand bij alle 63 kinderen die hij met slechts 10.000 mg vitamine C per dag behandelde, na vijf dagen drastisch verbeterde15.
Een andere arts behandelde een jonge vrouw die drie dagen bedrust in het ziekenhuis had gekregen gedurende zes dagen met vitamine-C-injecties van 2000 mg per dag. Hoewel zij daar goed op reageerde en zich na de tweede injectie niet ziek meer voelde, had ze een langere tijd nodig om compleet te herstellen dan gewoonlijk bij de behandeling van Klenner met zijn hooggedoseerde injecties15.
Ook voor het voorkómen van een hepatitisinfectie door bloedtransfusie werd vitamine C gebruikt. In een onderzoeksgroep van meer dan duizend patiënten die tussen 1967 en 1973 een bloedtransfusie kregen, kwam bij slechts 0,2 procent van degenen die daarna zes maanden lang 2-6 gr vitamine C oraal kregen hepatitis voor. Bij degenen die dit niet kregen, was dat 7 procent16.

Kinderziekten
De moderne geneeskunde tracht ouders te overtuigen van het feit dat kinderziekten zeer gevaarlijk en ‘ongeneeslijk’ zijn, als rechtvaardiging voor het wereldwijde vaccinatieprogramma. Klenner kon echter aantonen dat veel daarvan − mazelen, de bof, rode hond, waterpokken, tetanus en difterie − met succes bestreden konden worden.
De meeste publicaties van Klenner betroffen ‘casusbeschrijvingen’ van individuele patiënten. In zijn totaliteit levert dit echter het onontkoombare bewijs op dat vitamine C zelfs de meest onbehandelbare en gecompliceerde gevallen kon genezen.

Mazelen en encefalitis
Klenners eerste publicatie betrof experimenten met vitamine C toen zijn eigen dochters mazelen hadden. Hij ontdekte dat hij de ziekte onder controle kon houden − maar niet laten verdwijnen − als hij hen 48 uur lang aan één stuk door elke twee uur 1000 mg oraal gaf. De symptomen bleken echter pas te verdwijnen toen hij dat vier dagen aan een stuk deed17.
Klenner ontdekte al spoedig dat hij bij kinderen betere en snellere resultaten behaalde door ze een aantal dagen regelmatig een dosis van 1000 mg intraveneus of intramusculair in te spuiten. Baby’s van nog geen jaar met ruim 40 graden koorts en de typische mazelenuitslag herstelden hiermee binnen enkele dagen. Klenner behandelde zelfs een kind met hersenontsteking − encefalitis, een complicatie van mazelen. In dit geval combineerde Klenner 2 gram vitamine C intraveneus − drie dagen lang drie maal per dag − met drie dagen elke twee uur 1000 mg oraal. Nadat de jongen weer helemaal beter was, besloot Klenner de dosering voortaan te verhogen. In het vervolg kregen alle kinderen met encefalitis vaker injecties, tot wel eenmaal per uur.
Alles bijeen behandelde Klenner zes patiëntjes die na een kinderziekte hersenontsteking hadden gekregen. In alle gevallen genas het kind nadat het meerdere keren relatief laag gedoseerd − 1000-2000 mg − vitamine C per injectie had gekregen, gevolgd door nog twee dagen regelmatig oraal.

De bof
Klenner bereikte eenzelfde succes bij kinderen en bij ouderen met de bof. Uit publicaties in de medische literatuur blijkt dat hij in een groep van 33 patiënten 100 procent genezing wist te bereiken en alle symptomen − zoals koorts en speekselklierzwelling en zelfs een complicatie als zwelling van de testikels − teniet wist te doen. Daartoe kregen ze dezelfde regelmatige toediening van de genoemde mix van injecties en orale vitamine C18.
In één voorbeeld, bij drie neven, kon hij het ziekteverloop vergelijken bij behandeling met vitamine C vanaf het beginstadium en op het hoogtepunt van de ziekte, ten opzichte van de gangbare bedrust en aspirine. Ook hier werd het snelste herstel − binnen 72 uur − gezien bij de neef die vitamine C kreeg vanaf het begin. De neef die alleen bedrust kreeg, was een week lang ziek.

Waterpokken
Ook bij de behandeling van de waterpokken en bij gordelroos, de volwassen variant van waterpokken, bereikte Klenner snel herstel met vitamine C. Waterpokken is weliswaar een min of meer onschuldige ziekte, maar gordelroos is bij volwassenen erg ingrijpend en geeft hevige pijn, die wel een week lang kan aanhouden − lang nadat de huidverschijnselen zijn verdwenen.

Snelle pijnverlichting
Het meest opvallend aan deze beschrijvingen is de snelle pijnverlichting. Bij gebruik van zijn standaardcombinatie van geïnjecteerde en orale vitamine C werden zeven van de acht patiënten binnen twee uur na de eerste injectie volledig pijnvrij.
Zijn ervaring met kinderziekten had hem overtuigd van de noodzaak om regelmatige, frequente en hoge doseringen te geven − reden waarom hij injecties combineerde met het slikken van vitamine C. Zelfs wie de voorkeur gaf aan uitsluitend orale inname kon hij met succes behandelen, zoals bij hepatitis, wat een ‘astronomische dosis’ vereiste, zoals hij dat noemde. In een dergelijk geval werd volledig herstel bereikt na vier dagen lang elke vier uur 5000 mg vitamine C in water. Hoewel elke dosis op zich relatief laag was, had de patiënt toch in 96 uur 120.000 mg binnengekregen.

Hiv en aids
Klenner en andere pioniers na hem − met name Robert Cathcart, de Amerikaanse biochemicus Irwin Stone en de chemicus Linus Pauling − experimenteerden allen met vitamine C tegen allerlei ziekten.
Cathcart was oorspronkelijk orthopedisch chirurg. Hij begon met vitamine C te experimenteren nadat hij de bewering van Pauling had gelezen, dat deze stof een verkoudheid tot staan kon brengen. Tot aan zijn dood in 2007 behandelde hij 30.000 patiënten tegen alle mogelijke soorten ernstige aandoeningen. Volgens hem had hij ook succes geboekt bij patiënten met mononucleose (klierkoorts), gastro-enteritis (maag-darminfectie), roodvonk en bacteriële infecties − in een combinatie overigens van vitamine C met antibiotica − en tegen de gevolgen van een operatie2.
Hij experimenteerde verder met 250 patiënten die hiv-positief waren. In een brief aan de Lancet claimde hij dat zijn behandeling voor meerdere jaren ‘het verlies van CD4+T-cellen had vertraagd, gestopt en soms ongedaan gemaakt’, door zo veel vitamine C te geven als de ingewanden konden verdragen (zie het kader ‘Hoe veel vitamine C?’). Verder vertoonden zijn patiënten een snelle afname van lymfadenopathie (zwelling van de lymfeklieren), een verhoogde tolerantie voor antibiotica, geen malaisegevoel meer en toename van de levensduur19.

Belachelijk
In Curing the Incurable20 brengt Thomas E. Levy vrijwel al het wetenschappelijke bewijs omtrent vitamine C als ziektebestrijder in kaart. Hiermee verschaft hij overtuigend bewijs dat ascorbinezuur waarschijnlijk het krachtigste allround geneesmiddel is waarover wij momenteel beschikken. Het feit dat dit is genegeerd en zelfs belachelijk gemaakt door de reguliere geneeskunde is niet toevallig. Als een goedkope en eenvoudige voedingsstof serieus genomen zou worden als het moderne alternatief voor de conventionele behandeling en vaccinatie, dan zou dit het einde betekenen van de hele farmaceutische industrie.

Waarom zulke megadoses?
Het is bekend dat vitamine C een ‘elektron-donor’ is − de stof ‘doneert’ elektronen om vrije radicalen op te ruimen. Het eindproduct van dit proces is dehydroascorbaat, dat wordt omgezet in vitamine C en op die manier steeds opnieuw kan worden gebruikt. Omdat dit een doorgaand recyclingsproces is, heeft een gezond iemand weinig vitamine C nodig.
Anders ligt het als we ziek worden. Vrije radicalen komen dan sneller vrij dan dat hoogenergetische elektronen beschikbaar komen. Wanneer het lichaam wordt overspoeld door vrije radicalen, wordt vitamine C in grotere hoeveelheden afgebroken. De meeste infectieziekten zijn zo schadelijk omdat ze enorme aantallen vrije radicalen tot gevolg hebben. Vitamine C kan die opruimen door elektronen af te geven om die grote aantallen te neutraliseren.
Volgens de Amerikaanse internist Robert Cathcart verkeert het hele systeem tijdens een infectie in een toestand die vergelijkbaar is met acute scheurbuik. Hij was van mening dat zelfs hoge doseringen van 1 tot 10 g per etmaal maar beperkt zullen helpen. Hij geloofde dat alleen megadoses ascorbaat − 30 tot 200 g en hoger per 24 uur − de elektronen zouden leveren die nodig zijn om de vrije radicalen uit te schakelen die de meeste ontstekingsziekten met zich meebrengen1.
1Med Hypotheses, 1985; 18: 61-77

Hoe veel vitamine C is nodig?
Klenner bepaalde de vereiste individuele dosering grotendeels op gevoel, aan de hand van de lichaamstemperatuur van de patiënt. Ging die omlaag, dan werkte de behandeling. Zo niet, dan betekende dat meestal dat er meer vitamine C nodig was. Veel hing samen met de eigen lichaamsvoorraad. Wie een groot gebrek hieraan had, had meer nodig dan anderen. Voor volwassenen met ernstige infecties hield Klenner tot 200 g per etmaal als norm aan, gedeeltelijk per injectie en gedeeltelijk oraal. Voor virale hepatitis bijvoorbeeld adviseerde hij elke 8-12 uur 500-700 mg/kg lichaamsgewicht intraveneus, in combinatie met in totaal 10.000 mg per dag oraal, verdeeld over de dag. Dit schema moest vier dagen worden aangehouden. Aan het slot zouden alle ziekteverschijnselen verdwenen moeten zijn.
De Amerikaanse internist Robert Cathcart ondekte dat de darmtolerantie een betrouwbare maatstaf was. Dat wil zeggen, de hoeveelheid vitamine die een patiënt kon innemen zonder een – overigens onschuldige – vorm van diarree te krijgen. ‘Ten minste 80 procent van de volwassen patiënten zullen per etmaal 10-15 g fijne ascorbinezuurkristallen − opgelost in een half kopje water en in kleine porties verdeeld over de dag ingenomen − kunnen verdragen zonder diarree te krijgen1’, zo schreef hij. Na experimenten met 11.000 patiënten kwam hij tot de conclusie dat de darmtolerantie samenhing met de ernst van de ziekte. ‘Iemand die als hij gezond is 10 tot 15 gram ascorbinezuur per etmaal kan verdragen, heeft bij een milde verkoudheid per etmaal een tolerantie van 30 tot 60 gram, 100 gram bij een ernstige verkoudheid, 150 gram bij griep, en 200 gram bij mononucleose (klierkoorts) of virale longontsteking’.

Cathcart adviseerde de volgende dosering.
Ziekte g/24 uur dosis/24 uur
Ernstige verkoudheid 60-100 8-15
Griep 100-150 8-15
Virale longontsteking (en de meeste ernstige infecties) 150-200+ 12-18
Bron: J Orthomol Psychiatry, 1981; 10: 125-132

Suiker en je Gezondheid

Tegenwoordig ontkom je er bijna niet meer aan, suiker! Veel van het voedsel van wat we dagelijks eten zitten al snel VOL met suikers. Soms kun je de suikers niet eens proeven omdat ze verstopt zijn in de ingrediënten lijst, of op de verpakking staat ‘’vet arm’’ of ‘’suiker vrij’’, allemaal fabeltjes om de consument op het verkeerde been te zetten om zodoende producten te verkopen.

Natuurlijk geldt voor suiker ook de regel ‘’met mate’’, maar het probleem is dat mate vinden erg moeilijk is omdat je al vrij snel over je ‘’suiker’’ quotum van de dag heen zit.
lees hier meer over suikers>>

vrijdag 22 juli 2011

Hé, ga je nu eindelijk positief denken!

Er hangt sommigen van ons een ongezond leven boven het hoofd... tenminste als we niet snel stoppen met negatief zijn! Uit onderzoek van de Northwestern University blijkt namelijk dat positievere tieners, gezondere volwassenen zijn. De resultaten van het onderzoek worden gepubliceerd in het Journal of the Adolescent Health.

Het blijkt namelijk dat positieve tieners minder snel grijpen naar drugs, sigaretten of een ongezonde manier van eten....

In wezen best logisch, want hoe positiever je bent, hoe minder je nare of negatieve gevoelens wilt onderdrukken of ontvluchten met drugs, drank of ander ongezond gedrag, bijvoorbeeld eetgestoord gedrag.

"Ons onderzoek laat zien dat het promoten en voeden van een positief welbevinden bij pubers, invloed heeft op de gezondheid. Ook later in het leven.", zegt hoofdonderzoeker Lindsay Till Hoyt. "Bij positief welbevinden gaat het om meer dan alleen de afwezigheid van een depressie."

Het onderzoek werd gedaan met gegevens van meer dan tienduizend jongeren. Volgens de hoofdonderzoeker zou de focus daarom ook meer moeten komen te liggen op positief welbevinden: "Op de korte termijn leidt dit vaak tot minder gedragsproblemen en betere prestaties op school, maar op de lange termijn komt het vooral de gezondheid ten goede."

Probeer eens te letten op hoe positief/ negatief jouw gedachtes over jezelf en de wereld om je heen zijn... Ga met een lach door het leven, straal het uit en je krijgt het vast en zeker weer retour.
Misschien lukt het je er een kleine verandering in aanbrengen, alleen al door jezelf er meer bewust van te worden..... Het kan, zoals je leest, veel invloed hebben op je gedrag nu en gezondheid later!

Een cursus bij centrum de Bron kan je hierbij helpen om duidelijk te krijgen waar nu eigenlijk je probleem zit verborgen.

donderdag 21 juli 2011

Werkloze oudere kan het schudden

Werkende 55-plussers hebben een goede positie op de arbeidsmarkt. Als ze echter hun baan verliezen dan zijn de rapen gaar. Oudere werklozen zijn nauwelijks in beeld bij werkgevers. Het kabinet werkt aan een 'vitaliteitspakket' om de positie van deze kanslozen te verbeteren.

• Meer, langer en productiever
• Werkbonus op komst
• Kabinet: actieplan Gezond bedrijf

Het UWV publiceerde deze week het Kennisverslag 'ouderen op de arbeidsmarkt'. De senioren doen het over het algemeen niet zo gek, zo blijkt. Het aandeel werkende 55-plussers is de afgelopen jaren flink gestegen van 34 procent in 2000 tot 49 procent in 2010. Dit percentage zal de komende jaren verder toenemen. Het UWV: "Vooral omdat meer vrouwen blijven werken, maar ook omdat uittreedroutes minder aantrekkelijk zijn gemaakt."

Langer werkloos
De senioren met een baan hebben een vrij goede positie op de arbeidsmarkt. Negen van de tien hebben een vast contract en ze lopen over het algemeen minder risico om werkloos te worden dan jongeren. Wanneer 55-plussers hun baan echter kwijtraken, dan zijn de vooruitzichten op een nieuwe baan zeer ongunstig. Van de 686.000 vacatures die de laatste twaalf maanden zijn vervuld was het aandeel 55-plussers slechts 2 procent. Ouderen blijven langer werkloos dan jongeren en doen een groot beroep op de werkloosheidsuitkeringen.

Vitaliteit
Het kabinet heeft plannen om de situatie voor deze groep werklozen te verbeteren.

Twee weken geleden heeft het kabinet een zogeheten vitaliteitspakket gepresenteerd. De uitvoering hiervan hangt voor een groot deel af van de totstandkoming van het pensioenakkoord.

Meer, langer, productiever
In de begeleidende brief van het kabinet over het Vitaliteitspakket staat: "De uitdaging voor de toekomst is helder: mensen zullen meer, langer en productiever moeten werken. Hierdoor worden de tekorten op de arbeidsmarkt beperkt en blijft ons sociale stelsel betaalbaar. Dit lukt alleen als ook het aanpassingsvermogen van de arbeidsmarkt versterkt wordt. (...) We moeten er met elkaar voor zorgen dat mensen gezond, vitaal en productief tot aan de pensioenleeftijd kunnen blijven werken."

Het kabinet wil met het Vitaliteitspakket ouderen aan het werk houden. Meer specifiek betekent dit:

Werkbonus
1) Doorwerken. Het is belangrijk dat werken financieel aantrekkelijk blijft als werknemers ouder worden en mogelijkheden krijgen om te kunnen uittreden. Tevens ligt het voor de hand om financiële prikkels te richten op groepen die hier het meest gevoelig zijn voor zijn (lage inkomens) en om de middelen in te zetten bij de leeftijdsgroep die momenteel juist uittreedt (62-plus). Maar ook aan de vraagzijde beziet het kabinet de mogelijkheden voor een werkbonus voor werkgevers.

Mobiliteitsbonus
2) Mobiliteit. De arbeidsmobiliteit van ouderen is laag in Nederland. Dit is met name problematisch voor mensen die vanuit een uitkeringssituatie werk proberen te vinden. Er zullen mobiliteitsbonussen geïntroduceerd worden voor werkgevers voor het aannemen van oudere uitkeringsgerechtigden en voor werknemers vanaf 55 jaar en ouder. Zo worden middelen meer gericht op mobiliteit.

Spaarregeling
3) Loopbaanfaciliteiten. Loopbaanfaciliteiten zijn niet altijd in voldoende mate gericht op het ondersteunen van duurzame inzetbaarheid. Om dit te verbeteren zullen verschillende loopbaanfaciliteiten geïntroduceerd en aangepast worden binnen het Vitaliteitspakket. Het kabinet stimuleert scholing door de drempel voor de fiscale aftrek van scholingsuitgaven te verlagen. Mede om van-werk-naar-werk (VWNW) transities te stimuleren, introduceert het kabinet een spaarregeling. De spaarregeling helpt bij het vormen van een financiële buffer waarmee o.a. perioden van inkomensachteruitgang kunnen worden gefinancierd (bijvoorbeeld het overbruggen van perioden tussen twee banen).

'Gezond bedrijf'
Het kabinet werkt verder aan een plan om de gezondheid te stimuleren. Dit plan gaat door het leven als 'Gezond bedrijf'. Het ministerie van Sociale Zaken: "Het doel daarvan is om samen met sociale partners beweging te stimuleren, uitval van werkenden met een chronische ziekte te voorkomen en de zelfredzaamheid van werkenden te bevorderen."

Krokodil, het vlees rot weg

Het is goedkoop en makkelijk te maken maar vooral levensgevaarlijk. Krokodil, Ruslands nieuwste zelfmaakdrug maakt vele duizenden slachtoffers. Het belangrijkste ingredient codeïne is makkelijk in iedere apotheek te krijgen zonder recept. Onschuldig is de drug niet want je vlees rot tot op het bot weg, met als gevolg wonden die lijken alsof je door een krokodil bent aangevreten.
Krokodil, het vlees rot weg

brrrrrrr

Geluk blijkt heel besmettelijk

Geluk werkt aanstekelijk en verspreidt zich “via golven” in vriendengroepen of onder familieleden. Dat blijkt uit een studie die gepubliceerd is door het medische tijdschrift British Medical Journal.

In de buurt
De onderzoekers stelden vast dat groepen gelukkige en ongelukkige mensen zich vormden volgens criteria van sociale en geografische nabijheid. Bijvoorbeeld: de waarschijnlijkheid dat een mens gelukkig is, stijgt 42 procent indien een vriend die op minder dan 800 meter woont, zelf ook gelukkig wordt. Het percentage zakt tot 25 procent, als die vriend op minder dan 1,5 kilometer woont. Hoe verder de vriend woont, hoe lager het percentage wordt.

Netwerk
De kansen op geluk stijgen met 8 procent wanneer je samenwoont met een gelukkige partner; met 14 procent, als een gelukkig familielid in de buurt woont, en zelfs met 34 procent, in geval van gelukkige buren. “De graad van het geluksniveau van een individu kan zich via golven verspreiden doorheen sociale groepen en een brede structuur binnen eenzelfde netwerk doen ontstaan. Op die manier worden groepen gelukkige of ongelukkige mensen gevormd”, stellen de auteurs van de studie, professor Nicholas Christakis van de Harvard Medical School, en professor James Fowler van de universiteit van Californië in San Diego.

Gezondheid
Het British Medical Journal meent dat de “revolutionaire” studie gevolgen zou kunnen hebben voor de volksgezondheid. “Indien het geluk zich effectief via sociale relaties verspreidt, zou dat indirect ook kunnen bijdragen aan het doorgeven van een goede gezondheid, wat aanzienlijke gevolgen heeft voor het uitwerken van het beleid”, beweert het vakblad. De studie werd bij 5.124 volwassenen tussen 21 en 70 jaar uitgevoerd en opgevolgd gedurende 30 jaar.

zondag 17 juli 2011

Kraanwater of water uit de fles

Vervuiling en milieubelasting

Kraanwater is 30 tot 1300 maal beter voor het milieu dan flessenwater en alle andere dranken uit de fles. Die vervuiling zit onder andere in het schoonmaken, transporteren en produceren. Vooral het afdanken van de flessen kost veel energie.

De productie alleen al van de flessen en het transport ervan belast het milieu tot wel duizend maal meer dan kraanwater. Dat heeft Alex van der Helm berekend in zijn proefschrift waarmee hij promoveerde aan de faculteit Civiele Techniek van de TU Delft.

Voor het maken van één PET fles is 0,1 liter olie nodig. Naast olie is er per fles gebotteld water 2 tot 5 liter water nodig om de machines te boenen!

Over hoeveel flesjes gaat het eigenlijk?
In Amerika worden er ongeveer 60 miljoen flesjes per dag weggegooid waarvan minder dan 20 % wordt gerecycled. Ze belanden op vuilnisbelten, worden verbrand, komen in rivieren terecht, gaan naar zee. Als je dat omrekent nar Nederland, dan betekent dit dat er in Nederland elke dag honderdduizenden flesjes weggegooid worden. Elke dag!

Liever water van dichtbij
Het gebottelde water wat in Nederland op de markt komt word steeds duurzamer geproduceerd. Dat is de conclusie van onderzoek door het bureau CE te Delft naar de klimaatscore van verpakte waters. Geen enkel product is 100% duurzaam maar waters in flessen en pakken hebben in Nederland een gunstige CO2-score vanwege de kleine transportafstanden en de goede recycling. Dat geld alleen voor de waters die uit Nederland komen. Hoe verder de afstand het water af moet leggen hoe groter de CO2 uitstoot.

Fabrikanten
FWS (Nederlandse vereniging Frisdrank, Waters, Sappen) geeft zelf aan dat het beter kan. Ze doen hun naar hun zeggen hun uiterste best maar absolute duurzaamheid bestaat niet.

Bij Spa Reine zijn ze ook actief, er is een complete serie nieuwe, duurzame petflessen op de markt. Deze flessen zijn lichter in gewicht, van 50% gerecycled materiaal, en de etiketten van gerecycled materiaal worden gedrukt met plantaardige inkt. Met deze nieuwe flessen bespaart de Groep Spadel zo’n 2.693 ton grondstoffen per jaar.

Coca Cola is ook één van de fabrikanten die actief bezig is met duurzaamheid en ze doen dit al jaren. Speerpunten zijn onder andere minimaal watergebruik en duurzame verpakking en recyclage.

Jij kunt meer doen dan de fabrikanten
Een prettig idee dat producenten duurzamer proberen te produceren en het afval beter te recyclen is. Maar als we kraanwater zelf uit de kraan kunnen tappen hoeven al deze flessen en flesjes helemaal niet worden geproduceerd en gerecycled te worden.

In Nederland doen we het gemiddeld gezien best aardig. Nederlanders drinken gemiddeld per dag 413 ml water en voor het overgrote deel toch leidingwater. Ongeveer 80 ml per dag komt uit natuurlijk mineraal –en bronwater met of zonder koolzuur en water uit waterbollen en automaten.

Kosten en besparing
Een liter flessenwater kost tweeduizend maal meer om te produceren dan een liter kraanwater.

Een flesje water op een station kost je omgerekend 3 euro voor een liter water. 1 liter leidingwater kost 0,0015 per liter! Wat een verschil!

Als we kijken naar de 80 ml ‘geen-kraanwater’ die in Nederland gemiddeld wordt gedronken, betekent dat er per persoon per jaar (365 x 0,08 liter) 29,2 liter gebotteld water wordt gedronken. Dat kost op jaar basis (29,2 liter x 3 euro) 87,60 euro! Kraanwater zou komen op nog geen 4,5 eurocent (0,0438)! Bespaar je toch maar mooi en gemakkelijk 87,55 euro per persoon per jaar!

Idee?
Water zelf tappen is helaas niet overal mogelijk. Maar wat als we de kosten om zwerfafval tegen te gaan, prullenbakken te leggen en de kosten die recyclen met zich meebrengt eens zouden inzetten om overal fonteintjes te plaatsen? Lijkt mij de meest logische en duurzaamste oplossing. Kraanwater overal voor iedereen!

vrijdag 15 juli 2011

Becel pro activ wel zo gezond?

Bij gebruik van Becel pro.activ wordt 2,25 gram plantensterolen per dag als de ideale dosis gezien. Met deze dosering daalt het LDL-cholesterol met gemiddeld 10% in drie weken tijd, zo staat op de site van Becel te lezen, zonder overigens het 'goede' HDL-cholesterol te beïnvloeden. Trouwe gebruikers van Becel pro.activ krijgen dagelijks grofweg het tienvoudige binnen van wat mensen normaal gesproken aan plantensterolen innemen uit zaden, noten, bonen en groenten.
Pro.activ is momenteel het bestverkochte cholesterolverlagende voedingsmerk ter wereld. Wereldwijd raken echter steeds meer onderzoekers betrokken in de wetenschappelijke discussie over de veiligheid van plantensterolen. In Canada is Becel pro.activ vanwege deze twijfels niet verkrijgbaar. Het lag in 2001 weliswaar twee weken in de winkels, maar werd uit de schappen genomen omdat Health Canada geen goedkeuring gaf aan het product.
In 2004 verzochten de Duitse autoriteiten op hun beurt de Europese Commissie opnieuw te kijken naar de veiligheid van plantensterolen. De Duitse zorgen werden onder meer ingegeven door een wetenschappelijke publicatie uit 2002 van de afdeling Klinische farmacologie van de Universiteit van Bonn. Daarin werd gesteld dat plantensterolen mogelijk een extra risicofactor zijn voor coronaire hartziekten. De European Food Safety Authority (EFSA) wuifde de Duitse zorgen weg.


Lees alle artikelen
Ortho Instituut - cholesterol en Becel

donderdag 14 juli 2011

'Te veel water slecht voor de gezondheid'

Het advies om dagelijks 1,5 tot 2 liter water (of ander vocht) te drinken om uitdroging te voorkomen, wordt ter discussie gesteld. Volgens de Britse huisarts Margaret McCartney is het advies grote onzin.
Dit schrijft ze in het wetenschappelijke tijdschrift British Medical Journal. McCarthy stelt dat er geen bewijs is voor de voordelen van het drinken van grote hoeveelheden water.

Toch zijn veel wetenschappers en artsen van mening dat we niet genoeg water drinken.
Het drinken van voldoende water zou helpen bij het voorkomen van nierschade, het verliezen van gewicht en het vergroten van de concentratie.

Bewijs
Volgens McCartney is er helemaal geen kwalitatief goed wetenschappelijk onderzoek om deze gezondheidsvoordelen te onderbouwen.

Daartegenover staan wel meerdere onderzoeken die aangeven dat er geen bewijs voor is of zelfs suggereren dat het drinken van te veel water ook schadelijke effecten kan hebben.

Negatief
Zo zou het drinken van water als je geen dorst hebt het concentratievermogen negatief kunnen beïnvloeden. Daarbij bevat gebotteld water vaak ook nog chemicaliën die gebruikt zijn om het water te desinfecteren. Een teveel aan water kan ook een slaaptekort veroorzaken, omdat mensen dan vaker uit bed moeten om naar het toilet te gaan.

Oplossing
"Water is dus niet de simpele oplossing voor allerlei gezondheidsproblemen.", aldus McCartney. "Bij sommige aandoeningen, zoals nierstenen, maakt water wel degelijk een verschil. In het geval van andere ziekten spreken de verschillende bewijzen elkaar vaak tegen. Meer drinken is niet altijd de oplossing."

Daarbij stelt de Britse huisarts dat de voordelen van het drinken van water ook overdreven worden voor allerlei commerciële partijen die baat hebben bij overmatig drinken. Zoals bedrijven die gebotteld water verkopen.

Water drinken is belangrijk en te verkiezen boven limonade en andere suikerhoudende drankjes mof nog erger regelmatig TEveel biertjes of wijn. Ook hier is weer van toepassing het woordje TE veel. je moet ook geen grote hoeveelheden tot je nemen, dus een liter achter elkaar naar binnen gieten maar regelmatig een glas water drinken is goed voor je vochthuishouding en voor de afvoer van giftstoffen uit je lijf.

zaterdag 9 juli 2011

"Zachtfruit is één van de meest beschermende voedingsmiddelen"

Studies hebben aangetoond dat 'berries' (zachtfruit: bessen, frambozen, bramen, aardbeien) een grote impact hebben op de gezondheid en kan strijden tegen ziektes zoals kanker, hart- en vaatziekten, diabetes en mentale achteruitgang. Dit werd gepresenteerd tijdens het Berry Health Benefits Symposium eind juni door een groep wetenschappers.



Een voorbeeld is het onderzoek van Lynn Adams van het Beckman Research Institute. Zij geven aan dat blauwebessensap het ontwikkelen van kankercellen kan tegengaan. In de studie van Harini Aiyer blijkt dat na het eten van aardbeien, blauwe bessen en bramen de kans op borstkanker erg verlaagd wordt.

"Onderzoeken als deze hebben grote invloed op het vlak van volksgezondheid, vertelt Gary Stoner van het Medical College van Winconsin. "Uit al deze onderzoeken blijkt dat de verschillende 'berries' een van de meest beschermende voedingsmiddelen in de wereld zijn." Het Berry Health Benefits Symposium is het enige evenement dat zich toelegt op het samenbrengen van onderzoekers wereldwijd op het gebied van bessen en gezondheid. Het initiatief is gesponsord door alle grote 'berry-organisaties' in de VS en de bedoeling hiervan is om te laten zien welke positieve invloed zachtfruit heeft op de gezondheid.

zondag 3 juli 2011

Een natuurlijke vervanger voor deodorant

Steeds vaker vraagt men zich af of het gebruik van deodorant effect heeft op het milieu of de gezondheid. De chemische stoffen zijn schadelijk voor het milieu. Daarnaast zou aluminium, één van de gebruikte ingrediënten, borstkanker en andere ziekten veroorzaken. Daartoe zijn echter de bewijzen niet overtuigend genoeg, volgens het Amerikaanse National Cancer Institute. Voor de mensen die de bewijzen wel overtuigend genoeg vinden, zijn er gelukkig andere alternatieven voor deodorant. Bijvoorbeeld deodorant op basis van alleen maar natuurlijke ingrediënten. Er is inmiddels een ruime keus op dat gebied. Maar er zijn nog meer opties.

Zuiveringszout en maïszetmeel Het gebruik van zuiveringszout als een deodorant is een eenvoudige manier om nare lichaamsgeurtjes te bestrijden. Mix één achtste van een theelepel zuiveringszout met een beetje water - niet oplossen! - en wrijf het mengsel onder je armen. Of meng een deel zuiveringszout met zes delen maïzena om de geur te bestrijden en zweet te voorkomen.

Citroensap Het citroenzuur in citroensap kan dodelijk zijn voor geur-veroorzakende bacteriën. Veel mensen gebruiken dit alternatief voor deodorant al jaren. Smeer de oksels in met een in plakjes gesneden citroen. Zeer effectief, alleen wel oppassen als de oksels net geschoren zijn.

Alcohol Alcohol is goedkoop en doodt bacteriën die nare geurtjes kunnen verspreiden. Vul een sprayflacon met alcohol en spuit het onder de oksels. Voeg je favoriete essentiële olie toe om een aangename geur te geven aan de alcohol-spray.

maandag 20 juni 2011

Vlees is dat gezond?

Je kunt om van allerlei edele motieven besluiten om geen vlees meer te eten maar daar gaat het hier niet om. Is vlees eigenlijk wel zo (on)gezond als algemeen aangenomen wordt?

De meeste mensen kunnen goed functioneren als ze geen vlees zouden eten. Sommige mensen echter hebben, gezien hun constitutie, absoluut vlees nodig. Het is dus niet zo dat iedereen in de wieg is gelegd om als vegetariër door het leven te gaan en het is ook niet zo dat een vegetarisch dieet altijd gezond is.

Een veel gehoorde bewering is dat we 100 gram vlees per dag nodig zouden hebben om het ijzer- en eiwit gehalte op peil te houden. Ik ben bang dat deze ‘behoefte’ meer een verkoopargument is dan een voedingstechnisch argument. Veel groenten, fruit en granen bevatten ook ijzer. Bovendien bevatten groenten en fruit vitamine C en dat verhoogt de opname capaciteit van ijzer. Het belangrijkst is dat er naast vlees ook regelmatig andere eiwitbronnen worden gegeten. Plantaardige eiwitbronnen zijn niet alleen vanwege de afwisseling noodzakelijk. Soja producten, noten, zaden, vis en peulvruchten bevatten naast eiwitten ook veel vezels en fytonutriënten. Dierlijke eiwitten in de vorm van vis zijn bovendien beter verteerbaar en gezonder vanwege de omega 3 vetzuren.

Een andere bewering is dat vlees alle soorten eiwit (lees: aminozuren) bevat. Dit is niet zo. Vlees bevat wel de meeste soorten aminozuur maar als vlees je enige eiwitbron is, kun je toch een behoorlijk eiwit (=aminozuur) tekort oplopen. Eiwitten zijn opgebouwd uit verschillende aminozuren. Het lichaam heeft deze verschillende aminozuren nodig om te kunnen functioneren. Mist er één bepaalde soort aminozuur dan kan dit behoorlijke problemen geven. Het ene soort eiwit (vlees bijvoorbeeld) bevat andere aminozuren dan het andere soort eiwit (kapucijners bijvoorbeeld). Geen enkele eiwitbron bevat alle aminozuren, vandaar dat ook altijd geadviseerd wordt om af te wisselen en verschillende eiwitbronnen te gebruiken.

Om het leven nog ingewikkelder te maken: veel dieren worden tegenwoordig veelvuldig behandeld met antibiotica en hormoonpreparaten. En alsof dat nog niet genoeg is kunnen ze ook nog via hun voedsel zware metalen en bestrijdingsmiddelen binnenkrijgen. Al deze stoffen worden opgeslagen in het lichaam, en dus in het vlees van het dier. Een mensenlichaam heeft net zoveel moeite met deze stoffen als het dier en in de regel worden ze, ook door het menselijke lichaam, niet verteerd maar opgeslagen in het weefsel, in ons eigen lichaam dus.

Dan hebben we nog de kwestie kwaliteit en kwantiteit. Hoe meer het beest bewogen heeft hoe beter de kwaliteit van z’n eiwitten en hoe meer aminozuren er op de vierkante centimeter passen. Beweging geeft nou eenmaal meer stevigheid en meer spieren. Niet bewegen geeft vet en slap vlees en waar vet zit kan geen aminozuur zitten. Je kunt dus beter een klein stukje goed vlees eten dan een groot stuk goedkoop vlees. Uiteindelijk levert goed vlees betere en meer aminozuren. Goed vlees is vlees wat écht bewogen of gevlogen heeft – wild (uit de natuur – niet uit een hok) dus. En als dat niet beschikbaar is ecologisch vlees.

Dan tot slot nog het vet verhaal. Hierboven zag je al dat niet-bewegend vlees meer vet bevat. Dat is wel beter voor de handel (het is lekker snel klaar en je hoeft er niet zo op te kauwen) maar slechter voor je gezondheid. Temeer ook daar niet bewegende beesten (in hokken) geen gras te eten krijgen maar granen, sojameel en mais. Van nature eten koeien, varkens en kippen dit soort dingen niet (en zeker niet in dergelijk grote hoeveelheden). Van nature eten ze gras en kruiden. Gras bevat omega 3 vetzuren. Granen, sojameel en mais bevatten met name linolzuur (omega 6). Beesten die linolzuur eten kunnen daar onmogelijk omega 3 van maken. Het vlees van niet bewegende dieren bevat in de regel dus veel linolzuur. Het vlees van bewegende, in het wild levende dieren bevat veel omega 3 vetzuur. Linolzuur in grote hoeveelheden gaat stapelen (dat kunnen we niet omzetten) en veroorzaakt ontstekingsprocessen en allerlei gezondheidsklachten tot dementie aan toe. Omega 3 vetzuren in grote hoeveelheden, daar blijf je juist gezond bij.

Uiteraard is het niet mijn bedoeling je bang te maken maar zoals met alles: kennis is macht en als je het weet kun je ernaar handelen. Kiezen voor kwaliteit is ook een goede manier om bewuster te leven. En in ieder geval kan het een stimulans zijn om ecologische vleesproducten te gebruiken.

Meer informatie over het hoe en waarom (geen) vlees kun je vinden bij de Nederlandse veganistenvereniging of de vegetariersbond. Meer informatie over biologische en ecologische landbouw op www.biologica.nl.

vrijdag 27 mei 2011

EU versnelt onderzoekt naar veiligheid aspartaam

EU versnelt onderzoekt naar veiligheid aspartaam

De Europese Unie vervroegt een onderzoek naar de veiligheid van de zoetstof aspartaam. De Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de EU, heeft de Europese Voedselwarenautoriteit opdracht gegeven de veelgebruikte stof nu al opnieuw te bekijken.

Oorspronkelijk was de herbeoordeling pas over acht jaar gepland, aldus een woordvoerder van de commissie donderdag. Uit recent Deens onderzoek onder 60.000 zwangere vrouwen zou blijken dat er een verband is tussen te vroeg geboren kinderen en het drinken van frisdrank met aspartaam. Ook zijn er door Italiaans onderzoek opnieuw aanwijzingen dat aspartaam heel slecht voor de gezondheid is.

De onafhankelijke linkse Europarlementariër Kartika Liotard is blij met het nieuwe Europees onderzoek. Volgens eigen zeggen plaatst zij al sinds 2005 vraagtekens bij de veiligheid van de zoetstof. (AFN)